Dialoog I met rastafari’s in: ‘Iedereen moet zijn wie die wil zijn’. Maar eerst: homoseksuelen zouden moeten opkomen voor burka-dragers! Bekijk hier opnames van de dialoog uitgezonden op Salto Circa 10 mensen namen op 8 mei 2011 deel aan een dialoog in Amsterdam- zuidoost. De dialoog werd gehouden in het kantoor van SME-TV: een lokale omroeporganisatie in Amsterdam. Het Humanistisch Verbond organiseerde de dialoog in samenwerking met Franklin Esajas. Hij trad op als dialoogbegeleider en is vertegenwoordiger van een groep rastafari’s die regelmatig bijeenkomt in het kantoor van SME-TV. Deze dialoog was de eerste in een serie van 3, waarvan minimaal 1 buiten Amsterdam zal worden gehouden. Aanleiding voor de serie dialogen waren de regelmatig terugkerende berichten over homofoob gedrag waar rastafari’s zich schuldig aan zouden maken. Rastafari is een geloof dat strikt uitgaat van seksuele relaties tussen mannen en vrouwen. Er is geen ruimte voor relaties tussen mensen van gelijk geslacht. Het homofobe gedrag komt meestal tot uitdrukking in homo-onvriendelijke teksten in reggaemuziek: de muzieksoort die eigen is aan rastafari’s. Onder de 10 aanwezigen waren er 4 homoseksuele mannen en het merendeel van de aanwezigen bestond eveneens uit mannen. De dialoog begon met het levensverhaal van de homoseksuele mannen. Daarin vertelden zij over hun vroegste homoseksuele gevoelens, eventuele stukgelopen relaties met vrouwen, hun ‘coming outs’ etc. Duidelijk werd dat hun homoseksualiteit geen keuze was maar iets wat voor hen een ‘natuurlijk gegeven’ was. Iets waarvoor ze als het ware voor in de wieg gelegd waren. Met name deze vraag – is homoseksualiteit een keuze of niet? – werd door verschillende rastafari’s gesteld. Van de zijde van de rastafari’s werd naar voren gebracht dat de acceptatie van homoseksualiteit hen wordt opgedrongen. Zo worden de inspanningen om homoseksualiteit binnen in de Nederlandse samenleving bespreekbaar te maken, door hen ervaren. In hun ogen zijn homoseksuelen bovendien niet solidair met andere minderheidsgroepen. Als voorbeeld hiervan wordt het gebrek aan steun van homoseksuelen voor burkadragers genoemd. In hun visie zouden juist homoseksuelen zich sterk moeten maken voor het recht van vrouwen om een burka te mogen dragen bijvoorbeeld. Ook bij sommige rastafari’s leidt het uitbundige karakter van de jaarlijkse Canal Parade door de Amsterdamse grachten tot aversie in plaats van acceptatie van homoseksuelen. De Canal Parade bevestigt het beeld dat de homoseksuele geaardheid per definitie leidt tot extravagant gedrag waarin seksualiteit centraal staat. Ondanks de vele verschillen in opvattingen tussen de homoseksuelen en rasfafari’s was er ook een hoge mate van eensgezindheid over een aantal belangrijke onderwerpen. Er was overeenstemming over het fundamentele recht dat een ieder heeft om zijn of haar leven naar eigen smaak en voorkeuren in te richten. Dit recht geldt onverkort ook voor homoseksuelen. Algemeen was de opvatting dat fysiek of verbaal geweld tegen homoseksuelen ontoelaatbaar is. Aan het einde van de dialoog werden de positieve conclusies door een aantal rastafari’s kernachtig samengevat met de woorden: ‘iedereen moet zijn wie die wil zijn’. Tevens werd de oproep gedaan om met elkaar in dialoog te blijven. Of zoals één van de deelnemers het samenvatte: ‘de dialoog biedt de mogelijkheid om problemen met liefde op te lossen want rasta betekent liefde.’ |