Dialoog Uden: ‘Als iedereen het zou accepteren zouden we hier nu niet zitten’

Op donderdag 15 december 2011 organiseert Stichting Malaica in samenwerking met UAKM - een Alevitische jongerenvereniging- in restaurant Sirtaki in Uden een dialoogavond. Een groep van 13 jongens en meisjes van Turkse afkomst, tussen de 15 en 25 jaar, komt bij elkaar om samen het gesprek aan te gaan over homoseksualiteit.

foto_uden

Zie hier de aankondiging in het Udens Weekblad

Voordat het diner begint opent de dialoogbegeleider Selma Inci de avond met een kort voorstelrondje. Selma vraagt naar het eerste woord dat in hen opkomt bij het horen van het woord homoseksualiteit. Ze denken aan: homo, acceptatie, twee mannen, gelijk, roze, jongens, homohuwelijk, lol hebben.  

Na het bekijken van een interview met Orhan Bucakli op de DVD Geloof in Liefde, wordt de groep gevraagd wat ieder ervan vond. Alle jongeren kennen hem uit zijn geboortedorp Uden, en hierdoor zijn de reacties gematigd;

‘Ik vond het zielig dat hij is verstoten, maar ik begrijp het wel’, ‘het gaat om de buitenwereld, wat zullen mensen wel denken’, ‘waarom pas zeggen als je kinderen hebt, had ie eerder moeten zeggen’, ‘normaal, als ik hem was zou ik het zelfde denken’, ‘het is zielig voor zijn familie’, ‘als ouders moet je je eigen kind respecteren’, ‘als de Turkse gemeenschap het zou accepteren, dan zou hij niet getrouwd zijn en kinderen hebben’.                                          

Op de stelling ‘je wordt als homoseksueel geboren en niet gemaakt’ reageert de groep in koor: ‘geboren!’. Hierop reageert een jongen dat het aan de opvoeding ligt. De dialoogbegeleider vraagt om verduidelijking, maar de jongen kan hierop niet echt antwoord geven. Op de stelling ‘ik zou het helemaal niet erg vinden als mijn kind homoseksueel zou zijn’ zijn de reacties emotioneel; ‘ik zou heel erg in shock zijn, maar zou mijn kind nooit verstoten’, ‘ik zou balen dat ik geen kleinkinderen zou krijgen’, ‘wil ik niet over nadenken, ik zou het niet willen’.

Iedereen is het eens met de stelling; ‘ieder homokoppel mag een kind adopteren’. Een jongeman reageert hierop ‘hoe meer koppels dat doen, hoe normaler en sociaal geacepteerd het eindelijk wordt’.

Ter afsluiting vraagt de dialoogbegeleider aan de groep aan welk woord ze nu denken nadat er gediscussieerd is, bij het horen van het woord ‘homoseksualiteit’, de woorden die naar voren komen zijn; problemen, accepteren, respect, familie, persoon, gelijkheid en zielig.

Het is duidelijk dat er meer respect en begrip is ontstaan bij de groep over het onderwerp. De afsluitende woorden voor deze dialoog zijn: leuk, interessant, voor herhaling vatbaar, leerzaam en informatief.

 

Verslagen 2010-2011