Dialoog Afro-Surinaamse gemeenschap Amsterdam Zuid-Oost: ‘praten over sex taboe’.

Op 9 december organiseerde het COC in samenwerking met de stichting Mosaic The Hague in het Kraaiennest in Amsterdam Zuidoost een dialoog over seksuele diversiteit binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap. In totaal zijn er 18 deelnemers; 9 mannen én 9 vrouwen -in grote meerderheid van allochtone afkomst en onbekend met het onderwerp homoseksualiteit.

foto_amsterdam_zuid-oost

 

Terwijl de deelnemers samen -Surinaams- eten vertelt dialoogbegeleider John Goring meer over de achtergronden van De Dialoog en stellen de aanwezigen zichzelf kort voor. De meeste aanwezigen geven aan dat dit hun eerste gesprek is over homoseksualiteit en kijken er naar uit om ervaringen uit te wisselen. De fractievoorzitter van stadsdeel Zuidoost en een beleidsadviseur van afdeling Diversiteit in Zuidoost nemen ook deel aan het gesprek, net als een gemeenteraadslid van GroenLinks.

Diversiteit staat aardig in de belangstelling in Nederland. In het algemeen is men pro-diversiteit. Maar als het gaat om andere vormen van seksualiteit, wordt het meteen wat ingewikkelder, geeft de dialoogbegeleider aan. Hij vraagt aan de deelnemers hoe dit kan.Een deelnemer zegt dat diversiteit inderdaad een trend lijkt en geeft tegelijkertijd aan dat niet iedereen pro-diversiteit is. Zo is het praten over heteroseks een taboe, laat staan praten over seksuele diversiteit. Seksuele voorlichting op de basisschool gaat vaak niet soepel en vanzelf. Er wordt gezegd dat ook bij autochtonen Nederlanders praten over seks niet vanzelfsprekend is. Er wordt gerefereerd aan een documentaire genaamd “The Sunny Side of Sex”. De documentairemaakster maakt een reportage over de beleving van seksualiteit van vrouwen in verschillende landen. Zo is er een aflevering over seksualiteit bij vrouwen in Oeganda. Hier geven vrouwen zogenaamde “tantes” seksuele opvoeding aan jonge vrouwen. In het dialooggesprek geeft een deelneemster aan dat het in Oeganda meer bespreekbaar lijkt. Een ander reageert hier op door aan te geven dat die voorlichting niet gericht is op (het bespreekbaar maken van) eigen gevoelens maar vooral op het voldoen aan de verwachtingen van de (toekomstige) man.

Tijdens het gesprek zegt een deelnemer dat het volgens hem ligt aan de opvoeding en de waarden en normen. Er wordt vaak niet gesproken over seksualiteit binnen een gezin. Hij zou graag zien dat kinderen wordt opgevoed met de waarde om respect te hebben voor iedereen ongeacht religie of seksuele geaardheid. Ook zegt hij dat acceptatie van homoseksualiteit een proces is. Het kan een aantal generaties duren voordat het meer geaccepteerd is dan nu. Seksualiteit is een intiem onderwerp. Dat maakt het voor veel mensen lastig bespreekbaar. Het maakt ook dat men gedwongen is om bij zichzelf te raden te gaan. Wie ben ik en hoe zit dat bij mij? Een mannelijke deelnemer van Surinaamse afkomst zegt dat homoseksualiteit niet per se een identiteit hoeft te zijn. Het kan ook een activiteit zijn. In de Surinaamse cultuur is het mati-verschijnsel algemeen bekend.

Mati zijn Afro-Surinaamse vrouwen uit de volksklasse die afwisselend of gelijktijdig seksuele relaties met mannen en met vrouwen onderhouden. Over het algemeen hebben ze ook kinderen. In het mati-werk wordt seksueel gedrag gezien als iets dat je doet, als eigenschap van de hogere wezens door wie een persoon ‘gedragen’ wordt, niet als iets dat je bent. Dit geeft een andere kijk op seksualiteit en vormen van samenleven dan de dominante westerse manier, zegt de deelnemer.

Een vrouwelijke deelnemer, tevens voorgangster in de rooms-katholieke gemeenschap,geeft aan dat zij geen problemen heeft met seksuale diversiteit. Zij zegt “je kunt liefde niet dwingen”. Zij zou, als het haar eigen kind betrof, haar kind willen bijstaan en opvangen door op zoek te gaan naar informatie. Zij kan zich echter voorstellen dat het voor ouders niet gemakkelijk is om een homoseksueel kind te accepteren. De meeste deelnemers vinden dat acceptatie zou moeten beginnen bij het gezin. Er zou een klimaat binnen het gezin geschapen moeten worden waarbij het bespreken van seksualiteit steeds normaler wordt. De dialoogbegeleider vraagt hoe het dan zit met de uitspraak “wij doen het, maar binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap hebben wij het er niet over".

Een deelneemster zegt hierop dat zij juist voor bespreekbaarheid is, want als je het niet kan bespreken, kan dat leiden tot een dubbelleven met alle gevolgen van dien. Uit de kast komen is een trend bij Surinaamse jongeren in Suriname. Dit komt doordat de nieuwe generatie jongeren mondiger zijn. Ook heeft de toegankelijkheid van het internet en door het toerisme hiermee te maken. Een andere deelnemer vult aan dat de zichtbaarheid van homoseksuele jongeren ook ligt aan het willen aanhouden van westerse opvattingen.

Een deelnemer doet zijn verhaal over zijn coming-out. Hij had zowel gevoelens voor vrouwen als voor mannen. Hij vond het lastig om zijn homoseksuele gevoelens een plek te geven en te accepteren. Dit is een langdurig proces geweest. Daar kwam bij dat hij zeer actief was in de kerk. Vanuit zijn geloof heeft hij geleerd dat homoseksualiteit niet mocht. In eerste instantie heeft hij van alles gedaan om van die gevoelens af te komen. Uiteindelijk heeft hij de stap gemaakt om voor zichzelf te kiezen. Toen hij voor zichzelf koos, door zijn homoseksuele gevoelens te accepteren, kon hij zich beter staande houden. Hij wil anderen helpen om zichzelf te accepteren. De deelnemer houdt zich bezig met het boedisme en dat heeft in positieve zin veel teweeg gebracht voor hem.

Een vrouwelijke deelnemer zegt bezig te zijn met het opzetten van een project dat zich richt op het trainen van geestelijken om om te leren omgaan met gelovigen en seksuele diversiteit. Alle andere deelnemers vinden dit een goede zaak. De dialoogbegeleider vraagt of er hulpverleningsinstanties die zich bezighouden met ondersteuning van Afro-Surinamers die uit de kast willen komen, maar moeite hebben. Er zijn verschillende plekken waar zij terecht kunnen bijvoorbeeld het COC, Respect 2 Love, de Schorer Stichting. Er wordt aangegeven om  een werkgroep op te zetten die aan de slag gaat met dit onderwerp. Iemand geeft aan om vanuit de gemeente talentscouts/rolmodellen in te zetten. Er zijn namelijk al wat (jonge) mensen bezig met het thema seksuele diversiteit. Het zou goed zijn om met hen contact te maken en een soort denktank te vormen.

De dialoogbegeleider rondt het gesprek af door een korte samenvatting te geven. Hij merkt op dat het gesprek een hoog kwalitatief gehalte heeft.  Verder geeft hij aan dat hij een voortrekkersrol ziet voor een aantal aanwezigen wat betreft het onderwerp seksuele diversiteit binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap, ook in Suriname. Daarnaast geeft hij mee dat er misschien gedacht kan worden aan het opzetten van specifieke begeleiding van Afro Surinamers en zelfacceptatie met betrekking tot hun seksuele geaardheid. Zulile Blinker sluit de avond af met een spokenword optreden over de besproken onderwerpen.

De avond werd georganiseerd door Stichting Mosaic The Hague in samenwerking met COC Nederland.

 

Verslagen 2010-2011