Dialoog Afro-Surinaamse gemeenschap Rotterdam: ‘Ik ben zoals ik ben’.Op 16 december vindt in Rotterdam in Stanvaste een dialoog plaats over seksuele diversiteit binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap. Er zijn 18 mensen aanwezig, waaronder 9 mannen en 9 vrouwen van Surinaamse en Antiliaanse afkomst met uitzondering van een deelnemer van Nederlandse afkomst. De dialoogleiders zijn Winston en Harvey. De dialoogavond begint met een petit diner van Surinaamse gerechten. Na een uur opent Ricardo met een inleidend woord over de geschiedenis en het doel van de Dialoog. Aan de hand van een powerpoint presentatie schetst hij een beeld van seksuele diversiteit binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap en een aantal Afrikaanse gemeenschappen. Winston en Harvey vragen de deelnemers zich kort voor te stellen. Daarna wordt uitgelegd dat er eerst een kort gedeelte uit de film “Children of God” wordt vertoond. De film speelt zich af op de Bahamas. De blanke jonge kunstenaar Johnny gaat naar de Bahamas om inspiratie op te doen. Al snel ontmoet hij Romeo, een aantrekkelijke donkere muzikant. Hoewel Romeo verloofd is, is er overduidelijk aantrekkingskracht tussen de twee mannen. Romeo heeft wel eerder met mannen geëxperimenteerd, maar de gevoelige Johnny is niet zomaar een fling en hun relatie wordt al snel gecompliceerder dan een leuke vakantieliefde. De film behandelt een probleem dat in het jaar van release (2010) urgent is in oorden als de Bahamas, Jamaica en de Maagdeneilanden. Homofilie is vaak verboden, homofobie en geweld tegen homoseksuelen is dagelijkse praktijk. Aan de hand van de getoonde beelden komt de dialoog op gang. Een deelnemer zegt dat zij de titel “Children of God” een mooie titel vindt. Ze zegt “ik ben zoals ik ben”. Ik ben gekomen als vrouw en man. God heeft een mens gecreëerd. Het is de mens die interpreteert”. Een andere deelnemer vult aan “in elk mens heb je mannelijke en vrouwelijke energieën. We zijn allemaal bijzondere mensen. Wij hebben nooit geleerd om zowel het vrouwelijke als het mannelijke te accepteren”. Hij geeft aan dat wat de omgeving vertelt, veel invloed heeft op een persoon. Hij vindt het echter belangrijk dat iemand zichzelf accepteert, want, zegt hij; “als je steeds rekening moet houden met de omgeving dan wordt je gek”. Een vrouwelijke deelnemer werkt met kinderen en zij praat openlijk met de kinderen over seksualiteit en stimuleert anderen dit ook te doen. Zij geeft aan dat zij in Nederland pas heeft geleerd over de begrippen gay/lesbisch.Een deelnemer vertelt over het transformatieproces van haar zoon die nu al 3 jaar leeft als vrouw. Ze zegt dat het een natuurlijk proces is, waarbij haar kind eerst zichzelf moest ontdekken. Hierdoor heeft zij ook veel over zichzelf geleerd. Zij accepteert haar kind volledig. Ook zegt zij dat de Surinaamse winti cultuur een cultuur/religie is die uitdragen van zowel de vrouwelijke en de mannelijke energie accepteert. De meeste deelnemers vinden zelfacceptatie belangrijker dan zichtbaarheid. Dit kan bereikt worden door het blijven uitvoeren van dialooggesprekken in informele kringen. Ook door het besteden van aandacht rondom dit thema op de radio. Het gaat om het creëren van bewustwording. Een van de jongste deelneemsters zegt dat zij het moeilijk zou vinden als haar dochter later lesbisch zou zijn. Andere deelnemers geven aan dat het als ouder belangrijk is om open en eerlijk te zijn. Er zou meer aandacht moeten zijn voor seksuele opvoeding binnen gezinnen. Ook is het als ouder goed om bij moeilijkheden te weten waar je terecht kunt voor ondersteuning. Tevens zegt de deelneemster dat het goed is om jongeren uit te nodigen bij dit soort gesprekken. Het moet wel aantrekkelijk zijn voor de jongeren om te komen. Dit kan door bijvoorbeeld door het thema breder aan te kaarten, waardoor jongeren een raakvlak zien. De bijeenkomst wordt afgesloten met een korte samenvatting en een bedankwoord. Alle deelnemers geven aan door te gaan met het organiseren van dialogen over seksualiteit. |