Dialoog bij Stichting Vangnet: mijn buren zijn homo. Ik respecteer ze als mens.

Op vrijdag 3 juni 2011 organiseert Stichting Vangnet in Amsterdam West  een dialoogbijeenkomst over homoseksualiteit. Een groep van ongeveer acht  meiden, tussen de 18 en 30 jaar, komt bij elkaar om samen het gesprek aan te gaan. De meiden zijn van multiculturele afkomst: Marokkaans, Algerijns, Turks en ook Nederlands. De meeste meiden zijn al eerder met een homoseksueel in aanraking geweest. Een van de meiden zegt: “ Mijn buren zijn homo, ik respecteer ze als mens”.

De Marokkaanse thee en koekjes staan klaar in de Arabisch ingerichte kamer,  de geur van wierook en kaarslichtjes zorgen voor een ontspannen sfeer. De avond begint met een voorstelrondje. De sfeer is  erg intiem. De meiden kijken vragend naar de gespreksleider, niet wetende wat ze moeten en kunnen verwachten van de avond rondom het onderwerp homoseksualiteit.

Allereerst begint iedereen met het opschrijven van woorden die bij de meiden opkomen bij “discriminatie”, “ acceptatie” en “homoseksualiteit”. Bij “ discriminatie” en “acceptatie” denken de meiden aan woorden als intolerant, oordelen of elkaar accepteren. De woorden die werden opgeschreven bij “homoseksualtiteit”, waren meer uiteenlopend, de een zei “ haram” de ander moest denken aan “ twee mannen”.

Er werd een aantal stellingen geïntroduceerd: “ Homo’s moeten openlijk hunzelf durven zijn”. De meiden reageren  hierop door te zeggen: “ Ze kunnen wel zichzelf zijn, maar in de islam kun je homoseksualiteit niet praktiseren”  en “ Het lijkt of homoseksueel zijn nu een soort hype is, dat mensen denken van “let me try it”. De groepsleidster vraagt hoe de meiden er mee om zouden gaan als ze hun gevoelens zouden moeten onderdrukken. De meiden trekken zich een beetje terug en denken stilletjes na. “Hmmm ja dat is natuurlijk niet fijn. Maar als moslim zien we het leven als een test. Niet alleen homoseksuelen onderdrukken hun gevoelens. Je kunt  in de islam ook niet zomaar een relatie hebben, dus eigenlijk onderdrukken wij ook onze gevoelens” .

Tijdens de avond wordt een interview van de film “Geloof in Liefde” getoond. Het interview met  Orhan Bucakli, “Worstelen met gevoelens”, spreekt de meiden het meest aan. De  Turks/Syrische man probeert een balans te vinden tussen het praktiseren van zijn geloof en het  homo zijn. Giechelend maken ze de opmerking “Mooie mannen zijn altijd homo”.

De gespreksleidster vraagt of er bij de meiden thuis wel eens gesproken wordt over homoseksualiteit. Een van de meiden vertelt : “ Mijn oom is 30 en nog niet getrouwd, sinds zijn 26ste wordt er al gefluisterd, is hij misschien homo?”

Er is een erg ontspannen sfeer. De meiden luisteren aandachtig. Als de meiden advies zouden moeten geven als een naaste homoseksueel zou zijn, zeggen ze: “ Ik zou de persoon aanraden zich te verdiepen in het geloof” , “ Het is een beproeving die ze moeten doorstaan”. Hoe zouden jullie er dan mee omgaan vraagt de gespreksleidster? Je ziet dat de meiden rustig nadenken en ze zeggen: “Ik zou hen niet stimuleren of motiveren om homoseksualiteit te praktiseren”, “ Ik zou iemand niet verstoten” en “Ik zou ze respecteren als mens”.

Aan het eind van het dialoog geven de meiden aan dat ze het een verhelderend, interessant, maar geen vernieuwend onderwerp vinden. Er was een ontspannen sfeer, wat  leidde tot een mooi open gesprek.

 

Verslagen 2010-2011