Dialoog in Utrecht: “Ik zie je liever gelukkig, dan ongelukkig!”

Stichting Ofra organiseerde op dinsdagavond 1 november 2011 in Utrecht een dialoogbijeenkomst over het bespreekbaar maken van homoseksualiteit. De groep bestond uit een gezelschap van negen Marokkaanse vrouwen( 2e generatie) en een autochtone vrouw in de leeftijd van 28 en ouder.

Bij binnenkomst werd er onder het genot van een hapje en drankje gebabbeld over de dagelijkse dingen. Aan de grote tafel ging het gesprek al gauw over tips en trucs bij uiterlijke verzorging. De sfeer was erg open en ontspannen, zo ontspannen dat de discussieleidster Rahma de gesprekken moest afbreken voor een inleiding. Rahma is voorzitter van Stichting Ofra. Na een korte introductie over Stichting Ofra en de activiteiten die zij sinds haar bestaan op het gebied van homoseksualiteit heeft georganiseerd, geeft zij kort aan wat de bedoeling is van de bijeenkomst.

Tijdens de voorstelronde bleek al gauw dat alle vrouwen al eerder betrokken zijn geweest bij het onderwerp homoseksualiteit, de een via werk en de ander via Stichting Ofra. Na een korte voorstelronde van alle aanwezige dames, belanden we  uiteindelijk bij de hoofdgast Ikram Daraaoui. Ikram is een gevluchte lesbische vrouw met een Marokkaanse achtergrond.  Bij de eerste drie zinnen van haar verhaal kwamen er al vragen uit de groep. Opvallend was dat de vrouwen, in positieve zin, erg begaan en betrokken waren bij het aangrijpende verhaal van Ikram en vragen hadden. Rahma stelt voor dat Ikram haar volledige verhaal vertelt alvorens er vragen worden gesteld.

Voor een van de dames was het zichtbaar lastig om te wachten tot Ikram heel haar verhaal had gedaan. Zij haakte toch in en zei tegen Ikram : “De liefde zit in de mens en het maakt niet uit of je dat voor een man of een vrouw hebt”. “God heeft je geschapen zoals je bent, dat kunnen en mogen wij je niet kwalijk nemen.” “Je bent al geaccepteerd omdat je je verhaal kunt doen.” Op de laatste opmerking haakt Ikram in door te zeggen dat het mooi is om te horen dat ze vanuit een theologische invalshoek al geaccepteerd is, maar de praktijk is toch anders. Daarbij is het zo dat ze niet alleen strijdt voor acceptatie voor haarzelf, maar zeker ook voor andere lotgenoten. Ze benadrukt dat het van essentieel belang is dat dit soort onderwerpen binnen Marokkaanse kringen bespreekbaar worden gemaakt.  Volgens een van de vrouwen is het in Marokko geen probleem, zij kan zonder te aarzelen een aantal homokoppels noemen die in Marokko samenwonen en waarvan iedereen het weet, dat is geen enkel probleem. Pas toen zij naar Nederland kwam, zag ze hoe druk men zich hier daarover maakte. Rahma haakt hierop in door aan te geven dat het in Marokko weliswaar gedoogd wordt, maar ook daar is het niet geaccepteerd. Erger nog: het is bij wet verboden. Rahma probeert uit te leggen dat gedogen en accepteren verschillende dingen zijn.
Een andere dame in de groep merkt op dat het er in het gezin weinig tot niet wordt gesproken over seksualiteit laat staan over homoseksualiteit: “We geven dat onze kinderen niet mee”.  Het blijft wel belangrijk om daarover te praten.

Rahma sluit de avond af door iedereen te bedanken en in het bijzonder Ikram die haar verhaal met ons heeft willen delen, waarna een dame uit de groep riep “Ik zie je liever gelukkig, dan ongelukkig”. Afsluitend merkt de vriendin van Ikram nog op dat ze het een erg fijne bijenkomst vond en dat ze het idee had ze in een autochtone discussie was beland, zo open en goed was de sfeer.

 

Verslagen 2010-2011