Dialoog Iraanse moeders Amsterdam: ‘In Iran moet je liegen, hier ben je vrij en kun je jezelf zijn.’

Op 15 mei werd in Cultureel Centrum Mezrab de tweede dialoogbijeenkomst gehouden met Iraanse vrouwen van middelbare leeftijd. De groep deelnemers bestond uit 10 vrouwen die met elkaar in dialoog gingen over opvoeden tussen twee culturen en de uitdagingen die dat voor ouders met zich meebrengt. Onderwerpen als (interculturele) relaties, seksualiteit en met name homoseksualiteit kwamen veelvuldig aan bod en werden openhartig besproken. De dialoogbijeenkomst werd georganiseerd door De Dialoog/ Humanistisch Verbond in samenwerking met Mezrab.

foto mezrab 640x480

 

Onder de deelnemers waren vijf moeders met volwassen kinderen en één moeder met twee tieners. Op een deelnemer uitgezonderd wonen de vrouwen allemaal al langere tijd (minimaal 15 jaar) in Nederland. Het thema dat als eerste besproken werd, was opvoeding. De meeste deelnemers waren het erover eens dat ze in feite Nederlandse kinderen aan het opvoeden waren die misschien nog een beetje Perzisch spraken. De meeste vonden het jammer dat de kinderen zo ver van de eigen cultuur verwijderd zijn, al hadden sommige kinderen wel interesse om meer te leren over de Iraanse cultuur.

Deelneemster Zahra zag er ook het voordeel van in dat haar kinderen ‘vernederlandst’ zijn. Zo zijn haar kinderen opener naar haar toe dan dat ze in Iran zouden zijn. Zelf had Zahra op haar 15e al vriendjes, maar dit hield ze strikt geheim voor haar ouders. Haar eigen dochter heeft haar zelfs verteld met meisjes te hebben gezoend. Zahra heeft daarom het idee dat als haar dochter biseksueel of lesbisch zou zijn, ze dit zou vertellen. Ook moeder Pouran is blij dat kinderen in Nederland niet leren liegen zoals dat in de Iraanse samenleving, vanwege de strenge sociale normen, gebruikelijk is.

Voor de meeste Iraanse vrouwen die al lang in Nederland wonen, is homoseksualiteit geen taboeonderwerp meer. Ze zijn er vaak op de een of andere manier al mee geconfronteerd en hebben er weinig tot geen moeite mee. De meeste vrouwen hebben namelijk in Iran al een lange strijd gevoerd over de positie van vrouwen in de samenleving. Ze zijn dus gewend om met sociale normen en dominante opvattingen te ‘breken’, en zeggen dus ook toleranter te zijn ten aanzien van homoseksualiteit, zelfs als hun eigen kind homo of lesbisch blijkt te zijn.

Twee vrouwelijke deelnemers hadden echter wel een uitgesproken negatieve mening over homoseksualiteit. Setareh was pas sinds kort in Nederland en werkte in Iran als docent. Ze vertelde dat ze op haar school een meisje van school had gestuurd omdat ze een relatie met een ander meisje had. Voor haar was homoseksualiteit een walgelijk iets, waar ze niets mee te maken wilde hebben. Ook voor deelneemster Atusa is het onmogelijk om homoseksualiteit te accepteren: “Homo’s zijn schadelijk voor maatschappij en ik stoor mij erg aan hoe ze zich gedragen en hoe ze zich kleden. Ik ben van mening dat oude beschavingen zoals die van de Grieken ten onder zijn gegaan door de acceptatie van homoseksualiteit.”

Naar aanleiding van de uitspraken van Setareh en Atusa kwam de dialoog binnen de groep goed op gang.  Andere deelnemers gaven aan waarom ze dit soort denkbeelden niet prettig vonden, vooral omdat ze als ouders open zouden moeten staan voor de mogelijkheid dat hun kinderen homoseksueel zouden zijn. Deelneemster Farideh merkte op: ‘Binnen de Iraanse cultuur zijn we nog niet toe aan een discussie over homoseksualiteit en het kweken van begrip erover, maar aan de andere kant is het niet onze zaak wat elk persoon in zijn of haar eigen slaapkamer wil doen.’
Al met al was het een diepgaand en soms verhit gesprek dat met een gezellig Iraans diner werd afgesloten. Ook al liepen de meningen van verschillende deelnemers enorm uiteen en was het lastig om consensus te bereiken: het was een grote winst dat alle vrouwen hun mening konden uiten over een onderwerp dat tot nu toe weinig tot niet wordt besproken in de Iraanse gemeenschap.

 

 

Verslagen 2010-2011