Dialoog onder hulpverleners in opleiding: wat kan ik zeggen en wat wil ik zeggen?‘Als moeder wil ik mijn dochter accepteren. Maar van mijn geloof mag ik dit niet accepteren. Wat moet ik nou tegen mijn dochter zeggen?’
31 mei 2011, Hogeschool Leiden. Vijftig studenten van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening en enkele social work-docenten nemen in het kader van Seksespecifiek Werken deel aan de forumtheatervoorstelling “Homo Naast God” van Theatergroep Het Lage Licht. In de afgelopen jaren zijn op deze opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening enkele studenten voor hun homoseksualiteit uitgekomen die worstelen met het spanningsveld tussen homoseksualiteit en de beleving van hun christelijk geloof. Aanleiding om dit jaar te focussen op deze thematiek. Studenten kwamen binnen met de vraag: “Wat moeten we ons bij een forumtheatervoorstelling voorstellen en wat gaat dit ons brengen? Homoseksualiteit is in Nederland toch geen probleem meer?” Na drie inleidende monologen die de thematiek neerzetten, een paar warming-up-oefeningen en een beeldentheater was voor de studenten duidelijk waar het deze middag over zou gaan en kwam het gesprek over het onderwerp homoseksualiteit tussen de studenten op gang. Na de pauze werden drie situaties uitgespeeld, waarbij studenten in de verschillende rollen binnen de toneelsituatie mochten inspringen: De studenten en docenten werden zich hierdoor zichtbaar bewust van de dilemma’s waarmee ouders, collega’s, maar ook hulpverleners met betrekking tot de thematiek geconfronteerd kunnen worden. Zo antwoordde een 'hulpverlener' in de spelsituatie op de weduwnaar over zijn ‘mannenvriendschap’: ‘In de Bijbel staat dat alleen het huwelijk tussen man en vrouw mag.’ Hiermee wilde de hulpverlener aangeven dat de Bijbel een relatie tussen twee mannen niet goedkeurt. De meeste aanwezigen reageerden hier heel geprikkeld op en konden niet geloven dat de hulpverlener dit tegen zijn cliënt zei. Hierdoor ontstond een levendige discussie. En ook: ‘nu na de voorstelling beginnen bij mij de vragen te komen: Wat kan ik als hulpverlener betekenen voor de doelgroep homo’s en lesbo’s met een geloofsachtergrond? Wat kan ik zeggen? En vooral: wat wil ik zeggen?’ En, tekenend voor de impact van het stuk, de reactie van een van de docenten op de inleidende monoloog, waarin een toneelspeler de homoseksuele gevoelens 'oplost' door te kiezen voor het celibaat en 'genezing'; ‘Als ik deze monologen hoor: Wat vind ik dit erg.’ De conclusie? “Homo Naast God” is een voorstelling die zich prima leent om bij studenten het thema homoseksualiteit en geloof bespreekbaar te maken. Juist omdat de studenten zich moeten verplaatsen in de rollen van moeder, vader en hulpverlener. Hierdoor gaan ze vanzelf ook nadenken over de lesbische dochter, de moeder van de lesbische dochter en de weduwnaar. Hierdoor wordt de thematiek zichtbaar voelbaar... |