Diversiteitsland in 2010‘Zonder respect, geen goedkeuring en zonder Diversiteitsland is 1 van de 3 strategische alliantiepartners die in samenwerking met Malaica een aantal kleine dialogen organiseert in 2010. In 2009 heeft deze samenwerking reeds geresulteerd in de organisatie van een tweetal kleine dialogen.
Op 26 februari 2010 was Diversiteitsland voor de derde maal gastheer en organisator van een dialoog over homoseksualiteit. Plaats van samenkomst was het kantoor van Diversiteitsland in Amsterdam Zeeburg. Onder leiding van dialoogbegeleider Hicham nam een 16-tal mensen deel aan de dialoog. De groep deelnemers bestond voornamelijk uit jonge vrouwen en mannen van Turkse en Marokkaanse afkomst. Daarnaast was er een tweetal homoseksuele mannen waarvan er 1 leraar is in het onderwijs. Deelname van deze mannen vond plaats naar aanleiding van verzoeken van deelnemers aan de vorige 2 dialogen. Men had toen de wens uitgesproken om in gesprek te gaan met homoseksuele mannen en vrouwen. Bijzondere aanwezige was Andrea Prins. Binnen het politiekorps Amsterdam-Amstelland is zij werkzaam op de afdeling Discriminatie en o.a. belast met voorlichting over het doen van aangiften naar aanleiding van homogerelateerde overtredingen en misdrijven. De start van deze dialoog was anders dan de voorgaande twee. Door middel van ‘speed dating’ maakten alle deelnemers kennis met elkaar. Daarna werd er een grote kring gevormd zodat er oogcontact mogelijk was tussen alle deelnemers. Het ‘levensverhaal’ van 1 van de 2 homoseksuele mannen stond centraal in het begin van de dialoog. De aanwezigen maakten van de gelegenheid gebruik om met hem in dialoog te gaan over o.a. zijn ‘coming out’, de relatie met zijn ouders, de reacties op school en binnen zijn vriendenkring, relatie met de Rooms Katholieke kerk waar hij lid van is, het hebben van een kinderwens, de al dan niet genetische oorsprong van homoseksualiteit enz. Uit de antwoorden op deze vragen bleek dat er een grote diversiteit is aan homoseksuele mannen en dat de meeste aanwezigen uitgingen van het stereotype beeld dat bestaat van homoseksuele mannen. Volgens dat beeld zijn homoseksuele mannen nadrukkelijk en opvallend aanwezig in hun omgeving en seksueel erg actief. In zijn antwoord op de gestelde vragen kon de homoseksuele man zijn verbazing uitspreken over de heersende stereotype kijk op homoseksuele relaties. Met name de vraag of er in homoseksuele relaties ook sprake is van mannen- en vrouwenrollen was daar een bewijs van. De reacties van de deelnemers op het levensverhaal van deze homoseksueel kunnen het best beschreven worden als ‘respectvol’. Dit betekende echter niet dat zij homoseksualiteit ook goedkeurden of accepteerden. Er was alle begrip voor het feit dat een man bijzondere gevoelens kan hebben voor een andere man maar het toegeven aan deze gevoelens werd afgekeurd. Het niet toegeven aan deze gevoelens werd door een aanwezige gezien als een ‘Jihad’: een opoffering die men zich getroost voor het goede doel en dat is het leven volgens de regels van Allah.
De dialoog met de tweede homoseksuele man bracht aan het licht dat hij zich in zijn jongere jaren gedwongen voelde om zich als hetero te gedragen. Zijn religie speelde hierbij een belangrijke rol. Heteroseksualiteit was hierin de norm. Ondanks deze negatieve ervaring met religie, koestert hij nog altijd de wens om na zijn dood terecht te komen in de hemel. Door zijn homoseksualiteit heeft hij een problematische relatie met zijn familie en is hij ook enkele vrienden kwijtgeraakt. Deze ervaringen heeft hij opgeschreven in een boek waarin hij ook ingaat op zijn ervaringen als homoseksuele docent. Hij gelooft sterk in de kracht van de dialoog. In zijn woonwijk leverde zijn homoseksualiteit hem afkeurende reacties op. Deze situatie is nu drastisch verbeterd omdat hij ondanks alles in gesprek is gebleven met zijn voornamelijk allochtone buurtgenoten. Hier heeft hij 5 jaar lang in geïnvesteerd. Mede door de inbreng van Andrea Prins werd het duidelijk dat seksuele geaardheid niet statisch is maar kan veranderen in de tijd. Het gevolg daarvan is dat sommige mensen pas op latere leeftijd ontdekken dat ze zich aangetrokken voelen tot mensen van hun eigen geslacht. Het omgekeerde is overigens ook mogelijk: aanvankelijke homoseksuelen die zich aangetrokken voelen tot mensen van het andere geslacht. Aan het einde van de dialoog werd de hamvraag gesteld. Is respect voor homoseksuelen, zonder goedkeuring en acceptatie van hun homoseksualiteit, voor hen voldoende om zich veilig te voelen en op een volwaardige wijze met andersdenkenden te kunnen samenleven? Het antwoord hierop was negatief. Eén van de homoseksuele mannen vond respect een te smalle basis en voelde zich toch afgewezen als homoseksueel. Hij verwoordde dit door te zeggen dat hij niet in een land met 90% moslims zou willen wonen. Hier tegenover stelde Hicham dat het niet realistisch is om op basis van 1 dialoog te streven naar acceptatie van homoseksualiteit door gelovigen. Daar is echt veel meer voor nodig. Respect voor homoseksuelen is dus niet het eindpunt maar het beginpunt van dialogen waarin toegewerkt kan worden naar acceptatie van homoseksualiteit. |