Grenzen aan de dialoog?

Zondag 19 september organiseerde HV Amsterdam-Amstelland de studiedag ‘Dialoog, tot hoever?’. De bijeenkomst vond plaats in het Pleintheater in Amsterdam. Aanwezigen waren geïnteresseerden en genodigden, humanisten en leden van de Raad van Religies en Levensbeschouwing te Amsterdam.

Inleidingen werden gegeven door Adri Smaling (emeritus hoogleraar Universiteit voor Humanistiek), Frank Nieuwenhuizen (student Universiteit voor Humanistiek), David Stalpers (werkgroep De Dialoog namens het HV) en Justine Mol (specialist in geweldloze communicatie).

De inleidingen schetsten de kaders van de dialoog. Zo vertelde Adri Smaling over de intentie bij een dialoog: elkaar te begrijpen. Idealiter verkrijg je hiermee helderheid en duidelijkheid, zonder argumenten en zonder dwang op compromissen. Frank Nieuwenhuizen vertelde vervolgens over het onderzoek dat hij deed aan de Universiteit voor Humanistiek over de knelpunten en mogelijkheden bij het organiseren van een dialoog. Het vertrekpunt voor een goede dialoog bleek echter gelijk lastig: in hoeverre zijn mensen immers werkelijk in staat tot empathie? Daarnaast bleek een gemeenschappelijke noemer voor deelnemers aan een dialoogbijeenkomst een belangrijke maar ook lastige voorwaarde. Op deze manier ontstaat er immers moeilijk een dialoog met andersdenkenden.

Acceptatie is een erg moeilijke stap in dialooggesprekken, aldus David Stalpers van De Dialoog. Je hebt mensen die zelf heel goed kunnen vertellen, maar niet zo goed kunnen luisteren of openstaan voor de verhalen en ervaringen van andere mensen. Op die manier bereik je elkaar niet. Ook heb je mensen die wel bereid zijn om te luisteren en te praten, maar niet tot acceptatie komen. Dit zijn over het algemeen mensen die geen gemeenschappelijk belang inzien. Een gezamenlijk belang zoals het elkaar accepteren in wie de ander is, zoals je ook zelf geaccepteerd wilt worden in wie je bent.

Justine de Mol geeft vervolgens een inleiding met behulp van de giraf en jakhals in mensen, twee kernbegrippen binnen de geweldloze communicatie. Om een voorbeeld te geven van de twee: de jakhals zou zeggen: ik vind het goed dat de tijd goed bewaakt wordt; de giraf  zou kunnen zeggen: als de tijd bewaakt wordt, dan voel ik mij rustig. Ik kan mij concentreren, bezig zijn met waar ik mee bezig wil zijn en contact maken. Ik vind het fijn dat ik daar zelf niet op hoef te letten. Ook bij dialogen is het belangrijk op deze beiden vormen van communicatie te letten. Het gaat om de woorden die je kiest en het effect daarvan en je kunt statisch en meer dynamische keuzes maken. Als je zegt: ik ben het er niet mee eens, of dat is niet zo, dan is dat statisch. Het wordt bewegelijk als je er iets aan toevoegt, als je zegt ik ben het er niet mee eens, ik heb een andere ervaring en wil je die horen? Bij geweldloze communicatie gaat het ook over waarnemen: je kijkt naar de gevoelens en behoeften van jezelf en van de ander!

Geinspireerd door de inleidingen vonden vervolgens een vijftal dialooggesprekken plaats, onder andere over ‘grenzen aan de liefde’. De conclusie? In grote lijnen hebben de deelnemers (homo of hetero) eenzelfde beeld van liefde. Nuances mogen er zijn!

 

Verslagen 2010-2011