Iraanse Nederlanders in Dialoog: Liefde is mooi, seks is taboe

Dialoog_Nijmegen

10 april 2011. In Wijkcentrum Meijhorst in Nijmegen verzamelen zich 9 Iraanse Nederlanders van verschillende leeftijden en achtergronden. Het onderwerp van de avond: relaties en homoseksualiteit.

Affectie toon je niet in het openbaar

Heel spontaan gaat het gesprek van start met een stelling door een van de deelnemers: binnen de Iraanse gemeenschap zou het tonen van affectie ten opzichte van de partner en zelfs eigen kinderen in het openbaar vermeden worden of anders met gevoelens van schaamte en ongemak gepaard gaan. Hand in hand lopen of een omhelzing zou in het bijzijn van andere Iraniërs vaak als onbeleefd en ongepast worden opgevat. Marjan : ‘ik realiseerde mij een tijd geleden al dat ik mijn gevoelens voor mijn man en mijn kinderen niet durf te uiten in het openbaar. Maar ik wou daar niet in mee blijven gaan en heb besloten om er iets aan te doen. Het is namelijk wel goed mogelijk om op individueel niveau taboes te doorbreken!’

Liefde is mooi, seks is taboe

Voor in ieder geval drie deelnemers is de bereidheid tot zelfopoffering het belangrijkste kenmerk voor een goede, diepgaande relatie. Partners zouden voorbij eigen belangen moeten kunnen denken en handelen en in staat zijn de behoeftes van de ander prioriteit te geven. Daarnaast komt de negatieve associatie met seks naar voren; Milad: ‘Ik maak het regelmatig mee dat ik mij tot iemand aangetrokken voel, maar dat staat volstrekt los van seksuele behoeftes. Vroeger, als ik op iemand verliefd werd, ging het allemaal goed totdat seks een rol begon te spelen. Daar schrok ik altijd van terug.’ Deze ervaring roept herkenning op; Fariba: ‘hoewel ik niet religieus ben opgevoed, is seks, anders dan liefde, altijd taboe geweest voor me. Echte liefde is heel mooi en waardevol en dat heeft niet zo veel met seks te maken.’

Homoseksualiteit: een recht of …?

De grootste onenigheid is voelbaar tijdens het bespreken van het onderwerp homoseksualiteit. Voor een aantal aanwezigen is het accepteren en respecteren van homoseksuelen een kwestie van mensenrechten en daarmee een morele plicht. Anderen vinden het zelfs niet aan hen om over het leven van iemand anders te oordelen: iedereen zou vrij moeten zijn om haar/zijn leven naar eigen zin in te richten. Hamid: ‘ik vind dat we niets te zeggen hebben over wat anderen in hun slaapkamer doen. Dat is hun eigen zaak. Ik let op wat er in het hoofd van mensen omgaat en de rest interesseert mij niet.’ Toch geven drie deelnemers aan het erg moeilijk te vinden om met homoseksualiteit om te gaan, zeker als het om hun eigen kinderen zou gaan. Sara: ‘ik moet er niet aan denken dat mijn zoon een kerel mee naar huis zou nemen. Ik heb liever dat mijn kinderen heel veel heteroseksuele relaties hebben dan dat ze een langdurige homoseksuele relatie aangaan.’ Fariba: ‘Ook voor mij is het volstrekt onacceptabel als mijn kinderen homoseksueel zouden zijn. Ik vind het echt walgelijk...’

De dialoog had nog uren door kunnen gaan; de deelnemers waren nog lang niet uitgepraat. Er wordt dan ook hard gewerkt aan een voortzetting van de dialoog binnen deze gemeenschap. Deze dialoog werd georganiseerd door Rahil Roodsaz, onderzoeker aan de Radboud Universiteit.

 

Verslagen 2010-2011