Seksualiteit en het christendom in de Afrikaanse migrantengemeenschap

Religieuze leiders moeten leren, niet preken

agy_dialoog_4_feb_2011

Op vrijdag 4 februari 2011 ontmoetten zo’n 24 deelnemers elkaar in The African Methodist Episcopal Church in Amsterdam Zuidoost voor een dialoog tussen de Afrikaanse religieuze migrantengemeenschap en Afrikaanse LGBT individuen. Het doel? Het nadenken over oplossingen voor de intolerantie van homoseksuelen door de Afrikaanse migrantengemeenschap. Deze unieke dialoog werd georganiseerd in samenwerking met de African Gay Youth Foundation en de African Methodist Episcopal Church.

Hallo, ik heet Tony en ik ben homo...
De dialoog begon met een gebed voor de overleden David Kato uit Oeganda (een homo-activist en een van de oprichters van Seksuele Minderheden Oeganda) geleid door de pastoor. Daarna verzocht de pastoor iedereen om zich voor te stellen en de eigen seksuele geaardheid kenbaar te maken. "Het zou leuk zijn om je voor te stellen, zodat we kunnen vaststellen wie homo is en wie niet" aldus de pastoor. Deze vraag riep echter veel vragen op. Want, "waarom is er behoefte om mensen in hokjes te stoppen?" Veel deelnemers hadden het gevoel dat als je je voorstelt als homo dat je dan ook automatisch discriminatie zouden aantrekken. "Hetero’s introduceren zichzelf toch ook niet als hetero? Dus waarom zouden wij dan wel zeggen dat we homo zijn?" was een gevoel van een van de deelnemers.

Het belang van zichtbaarheid
De vraag van de pastoor deed dan ook veel stof opwaaien. Een andere deelnemer opperde naar aanleiding van het gesprek dat juist door het gebrek aan zichtbaarheid in de Afrikaanse gemeenschappen, homofobie zo makkelijk kan groeien. Positieve zichtbaarheid helpt enorm om acceptatie te bewerkstellingen, aldus deze deelnemer. Deze observatie werd breed gedeeld door de overige aanwezigen. Samen met de overtuiging dat positieve zichtbaarheid leidt tot sociale integratie.

Leren, niet preken
Na de vraag of er religieuze mensen in de groep waren, bleek dat er meerdere praktiserende christenen, moslims en een boeddhist waren. Volgens de deelnemers aan de dialoog zijn het met name religieuze leiders (priesters en imams) die misbruik maken van de Bijbel of de Koran om zo homofobie en intolerantie te rechtvaardigen. Individuele interpretaties van de heilige boeken leiden zo tot een hoop problemen. De pastoor gaf aan dat religieuze leiders idealiter moeten leren en niet zozeer moeten preken. Hij daagde andere etnische religieuze leiders dan ook uit om homoseksualiteit te bespreken binnen de eigen gemeenschappen.

Oproep
De dialoogbijeenkomst werd besloten met een oproep aan religieuze leiders en LGBT individuen om samen te werken bij het bewustmaken van homofobie en het creëren van een omgeving die dialoog mogelijk maakt om zo stigmatisering en discriminatie te bestrijden. Daarnaast werd het belang van zichtbaarheid en publieke participatie door de LGBT migrantengemeenschap een benadrukt. Deze is een begin op de weg naar verandering, sociale integratie en acceptatie.

 

Verslagen 2010-2011