Dialoog met Marokkaans- Nederlandse jongeren:

Homo's zijn leuk en gezellig

Op dinsdag 10 mei 2011 organiseert jongerencentrum Oportuna uit Amsterdam Nieuw-West een dialoogbijeenkomst over homoseksualiteit. Een groep van ongeveer 20 jongens en meiden, tussen de 13-18 jaar, komt bij elkaar om samen het gesprek aan te gaan. De meeste jongeren zijn van Marokkaanse afkomst en zijn nog niet eerder in aanraking geweest met een homo of lesbienne. Eén van de jongeren: “Dit is nieuw, het is bij ons taboe.”

De groep giechelt en lacht als de drie homoseksuele sprekers naast hen komen zitten; ze weten nog niet wie van hen nou wel of niet homo is en vinden het spannend. Nadat iedereen zich heeft voorgesteld wordt het spel “Ik ben” gespeeld. Iedereen moet drie keer een zin beginnen met “Ik ben”. Wat opvalt is dat veel jongeren zich allereerst identificeren met hun afkomst, daarna hun geloof en vaak tot slot een karaktereigenschap.

Vervolgens vertelt de eerste spreekster, Ikram, haar verhaal; hoe het voor haar was om uit de kast te komen. De jongeren kijken Ikram verbaasd aan en een van hen zegt: “Huh, zij komt toch uit Marokko?”. Ikram vertelt dat ze inderdaad Marokkaans is en moslim maar ook lesbisch. Een van de jongeren reageert daarop: “Mevrouw, het past  niet bij elkaar lesbisch en moslim zijn”. De jongeren luisteren aandachtig naar Ikram’s verhaal, en reageren verbaasd als ze horen dat Ikram zegt: “Ik mocht in Marokko niet zijn wie ik was”. Overrompeld maar ook erg nieuwsgierig vragen ze: “Heeft u nu een vriendin?”.

Het ijs is gebroken bij de jongeren, er wordt een aantal stellingen geïntroduceerd. De stellingen geven ruimte voor een open discussie. Dit is erg interactief, waarbij de jongeren door elkaar heen praten en allemaal graag aan het woord willen komen. Je merkt dat de meningen heel uiteenlopend en soms ook tegenstrijdig zijn, variërend van: “Ik laat het oordelen aan God over”, “Het is niet natuurlijk als iemand homo is” , ”Mensen kennen niet het verschil tussen geloof en cultuur”, en tot slot “Als mijn broer homo zou zijn, zie ik het als een schande”.
Een van de begeleiders maakt een vergelijking om de jongeren te laten inzien dat het niet leuk is om gediscrimineerd te worden om wie je bent. Ze gebruikt daarbij het voorbeeld dik zijn, ze zegt: “Als je dik bent is het niet leuk om uitgelachen te worden, het is ook niet leuk om een ander uit te schelden of uit te lachen als iemand homo is”.

Geen dubbelleven
De tweede spreker is Emir. Hij is homo, ook hij vertelt zijn verhaal. In het begin lachen de jongens een beetje ongemakkelijk. Maar wanneer Emir zegt: “ Ik wil geen dubbelleven leiden”, tonen de jongeren veel begrip. Een van de jongeren reageert: “Er is gewoon angst voor het onbekende”.

Gedurende de dialoog maakt de derde spreker Peter een klik met de jongeren door Marokkaanse woorden te gebruiken. De jongeren reageren hier enthousiast op en kunnen er gelijk om lachen, want hij begrijpt hen. Ze realiseren zich dat hij wel homo is, maar vinden hem wel 'chill'. Het verhaal van Peter, die veel mimiek gebruikt tijdens zijn verhaal, maakt de jongeren aan het lachen. Zeker als ze horen dat hij verliefd werd op een “zwarte piet”, en God vroeg om hem “gezond te maken”.

De dialoog eindigt met veel nieuwsgierige en verbaasde jongeren. De meeste jongeren geven ook aan dat ze hier met hun ouders thuis over zullen praten. Een van de jongeren besluit de dialoog met: “Homo’s zijn leuk en gezellig”.

 

Dialoog I met rastafari’s in: ‘Iedereen moet zijn wie die wil zijn’. Maar eerst: homoseksuelen zouden moeten opkomen voor burka-dragers!

 dialoog20rasta200011

Bekijk hier opnames van de dialoog uitgezonden op Salto

Circa 10 mensen namen op 8 mei 2011 deel aan een dialoog in Amsterdam- zuidoost. De dialoog werd gehouden in het kantoor van SME-TV: een lokale omroeporganisatie in Amsterdam. Het Humanistisch Verbond organiseerde de dialoog in samenwerking met Franklin Esajas. Hij trad op als dialoogbegeleider en is vertegenwoordiger van een groep rastafari’s die regelmatig bijeenkomt in het kantoor van SME-TV.

Deze dialoog was de eerste in een serie van 3, waarvan minimaal 1 buiten Amsterdam zal worden gehouden. Aanleiding voor de serie dialogen waren de regelmatig terugkerende berichten over homofoob gedrag waar rastafari’s zich schuldig aan zouden maken. Rastafari is een geloof dat strikt uitgaat van seksuele relaties tussen mannen en vrouwen. Er is geen ruimte voor relaties tussen mensen van gelijk geslacht. Het homofobe gedrag komt meestal tot uitdrukking in homo-onvriendelijke teksten in reggaemuziek: de muzieksoort die eigen is aan rastafari’s.

Meer dan voldoende aanleiding dus om deze serie dialogen te organiseren. Dialogen waarvan Franklin aangaf dat deze uniek zijn in hun soort. Nooit eerder zijn dergelijke dialogen in Nederland gehouden.

Onder de 10 aanwezigen waren er 4 homoseksuele mannen en het merendeel van de aanwezigen bestond eveneens uit mannen. De dialoog begon met het levensverhaal van de homoseksuele mannen. Daarin vertelden zij over hun vroegste homoseksuele gevoelens, eventuele stukgelopen relaties met vrouwen, hun ‘coming outs’ etc. Duidelijk werd dat hun homoseksualiteit geen keuze was maar iets wat voor hen een ‘natuurlijk gegeven’ was. Iets waarvoor ze als het ware voor in de wieg gelegd waren. Met name deze vraag – is homoseksualiteit een keuze of niet? – werd door verschillende rastafari’s  gesteld.

Van de zijde van de rastafari’s werd naar voren gebracht dat de acceptatie van homoseksualiteit hen wordt opgedrongen. Zo worden de inspanningen om homoseksualiteit binnen in de Nederlandse samenleving bespreekbaar te maken, door hen ervaren.  In hun ogen zijn homoseksuelen bovendien niet  solidair met andere minderheidsgroepen. Als voorbeeld hiervan wordt het gebrek aan steun van homoseksuelen voor burkadragers genoemd. In hun visie zouden juist homoseksuelen zich sterk moeten maken voor het recht van vrouwen om een burka te mogen dragen bijvoorbeeld.

Ook bij sommige rastafari’s leidt het uitbundige karakter van de jaarlijkse Canal Parade door de Amsterdamse grachten tot aversie in plaats van acceptatie van homoseksuelen. De Canal Parade bevestigt het beeld dat de homoseksuele geaardheid per definitie leidt tot extravagant gedrag waarin seksualiteit centraal staat.

Ondanks de vele verschillen in opvattingen tussen de homoseksuelen en rasfafari’s was er ook een hoge mate van eensgezindheid over een aantal belangrijke onderwerpen. Er was overeenstemming over het fundamentele recht dat een ieder heeft om zijn of haar leven naar eigen smaak en voorkeuren in te richten. Dit recht geldt onverkort ook voor homoseksuelen. Algemeen was de opvatting dat fysiek of verbaal geweld tegen homoseksuelen ontoelaatbaar is.

Aan het einde van de dialoog werden de positieve conclusies door een aantal rastafari’s kernachtig samengevat met de woorden: ‘iedereen moet zijn wie die wil zijn’. Tevens werd de oproep gedaan om met elkaar in dialoog te blijven. Of zoals één van de deelnemers het samenvatte: ‘de dialoog biedt de mogelijkheid om problemen met liefde op te lossen want rasta betekent liefde.’
Conclusies:
- de aversie van rastafari’s tegen homoseksualiteit is niet van dien aard dat deze makkelijk zal uitmonden in openlijke verbale of fysieke agressie. Er zal eerder sprake zijn van het vermijden van contact met homoseksuelen of activiteiten die gerelateerd zijn aan homoseksuelen of homoseksualiteit;
- de voorgaande conclusie moet met de nodige voorzichtigheid worden getrokken. De kans is immers  klein dat rastafari’s die fel anti homoseksualiteit zijn, aanwezig waren bij de dialoog. Tekenend hierbij is het feit dat een zestal rastafari’s op het allerlaatste moment afzag van deelname aan deze dialoog. Zij wilden op geen enkele wijze geassocieerd worden met het, in hun ogen, duivelse thema homoseksualiteit.

 

Dialoog met Ghanezen in Amsterdam-zuidoost: ‘Homoseksualiteit hoort erbij.’

christian

Homoseksualiteit is een gevoelig onderwerp in de Afrikaanse gemeenschap. Dit geldt ook voor de Ghanezen, waarvan een belangrijk deel in Amsterdam-zuidoost woont. Voor het Humanistisch Verbond was dit de reden om samen met de Ghanese organisatie ‘Recogin’ een drietal dialogen te organiseren. De laatste dialoog in deze serie vond plaats op 6 mei 2011 in het kantoor van Recogin in Amsterdam-zuidoost. Nouredin Alhassan, bestuurder van Recogin, had de leiding. Een twintigtal deelnemers, waaronder 2 lesbiennes, ging toen in dialoog over het thema ‘opvoeding en homoseksualiteit’. Een eerder uitgevoerde inventarisatie onder de achterban van Recogin had aangetoond dat veel Ghanese ouders worstelden met het onderwerp homoseksualiteit.  Hoewel ze dit onderwerp liever niet bespraken met hun kinderen, werden deze er toch via de school, vrienden en media mee geconfronteerd.
De dialoog begon dan ook met de vraag of ouders het onderwerp homoseksualiteit zelf moeten bespreken met hun kinderen of overlaten aan anderen: de school, bijvoorbeeld.  De conclusie was dat ouders dit onderwerp het beste zelf met hun kinderen konden bespreken. Uit ervaringen van een aantal deelnemers bleek dat ouders dan wel over de juiste informatie over homoseksualiteit moesten beschikken. Goed bedoelde maar onjuiste informatie over homoseksualiteit richt waarschijnlijk grotere schade aan dan het ontbreken daarvan. Duidelijk werd ook dat informatie over homoseksualiteit het beste gegeven wordt in thuissituaties waarin seksualiteit een bespreekbaar onderwerp is. Indien dit niet het geval is, zal homoseksualiteit een moeilijk bespreekbaar onderwerp blijven.
In de dialoog werd ook stilgestaan bij kinderboeken waarin er sprake is van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. De vraag was of deze boeken wenselijk waren en door de deelnemers gebruikt zouden worden om hun kinderen te informeren over homoseksuele relaties. Als voorbeeld werd een boek genoemd waarin er geen sprake is van een relatie tussen een prins en een prinses maar 2 prinsen verliefd op elkaar zijn. De meerderheid van de deelnemers vond dit te ver gaan. Zij waren van mening dat ouders hun kinderen moeten beschermen tegen de opvatting dat homoseksualiteit iets normaals is. Eén van de aanwezige lesbiennes legde uit dat haar moeder haar seksuele geaardheid geaccepteerd had hoewel het voor haar niet te begrijpen was. Ook deze uitleg bracht de aanwezigen echter niet op een andere gedachte.
In de periode waarin de dialoog plaatsvond, was er in de Venserpolder in Amsterdam-zuidoost  sprake van het wegpesten van een homoseksuele man door buurtgenoten.  
Deze actuele gebeurtenis was een goede aanleiding voor de aanwezigen om in dialoog te gaan over opvoeding als middel om homogerelateerd geweld te voorkomen. Door alle deelnemers werd de agressie tegen homoseksuelen afgekeurd. In de opvoeding van hun kinderen zou er nooit ruimte zijn voor agressie tegen homoseksuelen. Hoewel zij zich duidelijk uitspraken tegen het geweld waren er ook deelnemers die van mening waren dat homoseksuelen zich moeten inhouden en zich dus minder opvallend moeten gedragen. Hiermee werd echter niet het geweld tegen homoseksuelen goedgepraat.
Ten slotte werd uitgebreid stilgestaan bij de vraag: ‘wat geven we onze kinderen mee over homoseksualiteit?’.
Respectvol zijn naar anderen, was de meest gehoorde wens. Sommige deelnemers gaven aan dat ze vaker van hun kinderen wilden weten wat er aan seksuele voorlichting op scholen gegeven wordt. Zij zouden hun informatie over seksualiteit daar dan op laten aansluiten. Het komt nogal eens voor dat deelnemers hun kinderen van informatie voorzien die sterk afwijkt van hetgeen ze op school hebben meegekregen. 
Conclusie:
- De aanwezige Ghanese ouders beseffen dat zij niet kunnen verhinderen dat hun kinderen te maken krijgen met het thema homoseksualiteit. Ouders zijn bereid om zelf de informatie over homoseksualiteit aan hun kinderen te geven. Daartoe zullen zij zelf voldoende over homoseksualiteit moeten weten en thuis een veilige sfeer moeten creëren waarin seksualiteit bespreekbaar is.
 

 

Dialoogbijeenkomst over godsdienst en seksuele diversiteit met Rowland Jide Macaulay

Op 16 April 2011, leidt Rowland Jide Macaulay de grote dialoogbijeenkomst in over godsdienst en seksuele diversiteit. In zijn toespraak gaat de 'Happy Holy Homosexual' vooral in op wat er in de bijbel staat geschreven; de situatie en gevoelens van christelijke homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen en transgenders; en de situatie in Afrika. Je kunt hier een printversie downloaden van onderstaande speech. Ook werden er 5 dialoogtafels georganiseerd. Daarvan lees je hier het verslag. Hier vind je een filmpje van een van de mensen waar het om gaat.

macaulay
Toespraak:
Mijn naam is Rowland Jide Macaulay, ook wel bekend als de ‘Happy Holy Homosexual’. Omdat dit een dialoog is, doet het mij veel plezier om de basis te leggen voor fundamentele zaken betreffende spiritualiteit, seksualiteit en genderdiversiteit en deze te benoemen.

Ik geloof geen moment dat mijn ontwikkelingservaringen als Afrikaan anders zijn dan die van veel Europeanen, behalve dat de huidige golven van haat en verwarring gevoed worden door de retoriek van de machthebbers, de verantwoordelijken voor beleid en wetgeving, spiritueel leiderschap en geloofsbescherming in Afrika.
Daarom richt mijn aandacht zich vooral op de marginalisering van christelijke lesbiënnes, homo’s, biseksuelen en transseksuelen (LHBT's of holebi’s) in Afrika. Dit gaat gepaard met een BELANGRIJKE WAARSCHUWING.

Seksuele diversiteit en de kerk is een relatie die in de hemel is gesmeed en tot vervulling komt op aarde.

Laat mij om te beginnen uw hoop aan scherven gooien en meteen inbreken in uw veilige wereldje. Mijn theologie is dat God niet slechts één man en één vrouw schiep, maar dat Hij feitelijk een verscheidenheid aan mensen maakte met hun eigen ras, huidskleur, seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Als dit u verontrust geloof ik dat wij een dialoog hebben. Vrijzinnige theologen beroepen zich terecht op het argument dat door de creativiteit van God een waaier aan rassen en naties in zes dagen werd geschapen. God maakte hen man en vrouw. Maar hier kun je niet uit concluderen dat de mens dús exclusief heteroseksueel is. De uitdaging om met seksuele oriëntatie om te gaan heeft een atmosfeer gecreëerd waarin mensen niet de mogelijkheid hadden om met hun trauma van het niet-heteroseksueel zijn in het reine te komen op een continent waar geloof alle aspecten van het leven domineert.

Deze presentatie zal de homogemeenschap en andere achtergestelde mensen laten zien dat seksualiteit en spiritualiteit met elkaar verzoend kunnen worden. Het zal ook de langdurende haat-liefdeverhouding tussen seksuele diversiteit en de kerk in beeld brengen.

Om spiritualiteit en seksualiteit voor Afrikanen met elkaar in overeenstemming te brengen moeten we de bijbelse, schriftuurlijke interpretatie trachten te begrijpen vanuit een Afrikaans theologisch perspectief;
-    Wat heeft de bijbel voor Afrikanen te zeggen over homoseksualiteit (in een antwoord: niets)
-    Kunnen we zondermeer zeggen dat God hen homo en lesbisch heeft gemaakt? (ja)

In Psalm 139:1-14 staat (geparafraseerd): “Want U hebt mijn binnenste gevormd (de delen waar ik geen controle over heb, zoals mijn affecties, gevoelens, gedachten etc.); U hebt mij in de schoot van mijn moeder geweven (gemaakt, gevormd, geboetseerd). Ik loof U omdat ik ontzaglijk en wonderbaarlijk ben gemaakt. Wonderbaar zijn Uw werken (de schepping inclusief mijzelf)”

Jeremia 1:4-5: “Het woord des HEREN nu kwam tot mij: Eer ik u vormde in de moederschoot, heb ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder heb ik u geheiligd; tot een profeet voor de volken heb ik u gesteld.”

Spiritualiteit vormt een belangrijk deel van het menselijk leven. Het is onze missie om mensen te helpen op hun weg naar verzoening van seksualiteit en spiritualiteit. Spiritualiteit wordt in Afrika en elders gezien als geestelijk voedsel en de behoefte aan verzoening, aanbidding, meditatie en gebed is zeer belangrijk. Het draagt bij aan het welzijn van mensen. Geestelijk leven en de aanwezigheid van LGBTI mensen weerspreekt schuld en levenloosheid. De geestelijke noden van seksuele minderheden verschillen niet van die van de seksuele meerderheid. Veel inclusieve en gastvrije religieuze gemeenschappen moeten mensen helpen in het omgaan met de nasleep van het besef bij een seksuele minderheid te horen. Zij moeten mensen helpen met het verzoenen van hun geloof met hun seksuele oriëntatie en hoe dit hun leven en de gemeenschap beïnvloedt. Het is van belang om het bestaan en de bevestiging van seksuele oriëntatie en identiteit te onderrichten en formeel te erkennen om daarmee individuen te bevrijden en te erkennen.

Het argument dat wordt geopperd vanuit fundamentalistische hoek is vaak dat de religieuze teksten seks tussen mensen van hetzelfde geslacht verbiedt. Het idee dat het Opperwezen met dit vooroordeel instemt onder het mom van “heb de zondaar lief, maar haat de zonde” is nu ouderwets en niet van deze tijd.
Religie is een cultureel systeem dat krachtige en langdurige zingeving schept door het tot stand brengen van symbolen die menselijkheid in verband brengen met geloofsovertuigingen en waarden. Veel religies kennen verhalen, symbolen, tradities en heilige overleveringen die de bedoeling hebben zin aan het leven te geven of de oorsprong van het leven en het universum te verklaren. Zij hebben ten doel om moraal, ethiek, religieuze wetten, of een wenselijke levensstijl te herleiden uit ideeën over de kosmos en de menselijke natuur.

Naar mijn mening verandert of beperkt religie onze seksuele vreugde en de behoefte die te verkennen niet.

Seksualiteit heeft te maken de aard van de menselijke seksualiteit zoals wij die kennen. Echter, in Afrika wordt seksualiteit buiten de “voorgeschreven (heteroseksuele) norm” om krachtig miskend, belasterd en met raadsels omgeven. Religieuze leiders en mainstream organisaties  verwerpen seksuele minderheden.
Allen met andere dan de geaccepteerde vormen van seksualiteit of zij die zich met een seksuele minderheid vereenzelvigen krijgen te maken met enorme onderdrukking vanuit de samenleving en godsdienst en door wetten en gebruiken. In alle Afrikaanse landen, Zuid-Afrika uitgezonderd, is er geen wetgeving of gezag waarop men terug kan vallen als het gaat om bescherming tegen discriminatie of de heersende angsten in de samenleving. Seks en seksualiteit zijn deel van ons mens-zijn en het uiten van dergelijke verlangens is menselijk. Homoseksueel gedrag of een homoseksuele levensstijl onttrekt ons niet aan onze maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid, noch beperkt of verbetert het onze intellectuele interactie.

Kunnen LHBTI mensen christen zijn?

Het christendom heeft op vele wijzen veel mensen beïnvloed.  Veelal zien zij het nut niet in van een tweeduizend jaar oude godsdienst die zijn tijd heeft gehad. Een van de taken van de christelijke apologeten is een lans te breken voor het geloof. We kunnen ons voorbereiden op dergelijke gelegenheden door geloofsfeiten uit het hoofd te leren, zoals bewijzen voor de betrouwbaarheid van de bijbel en de waarheid van de Opstanding. We kunnen ons rationele argumenten eigen maken voor het bestaan van God of de logische consistentie van christelijke doctrines. Hoewel dit belangrijke elementen zijn kunnen deze veraf staan van huidige LHBTI mensen, in het bijzonder in Afrika.

Er is onrust in Afrika vandaag de dag. Er is de negatieve invloed en het dogmatisme van de westerse pinksterbeweging, de toename in gerichte haatcampagnes zoals in Oeganda, terwijl we proberen om opnieuw te bepalen wat goed is en wat kwaad. Ondanks alle glorieuze vooruitgang die bereikt is op tal van terreinen van het leven, is er sprake van een aanhoudend gevoel van onbehagen. Over het algemeen lijken Afrikanen te zoeken naar iets waar zij hun vertrouwen voor de toekomst op kunnen bouwen. Er bestaat geen twijfel dat het christendom relevant is voor veel omstandigheden in Afrika. Er is een eindeloze lijst van voorbeelden van onrechtvaardigheid, gebroken gezinnen, werkloosheid, culturele armoede, schending van mensenrechten, ongelijkheid, vrouwenhaat, sektarische versplintering, een krachteloze overheid, homofobie, discriminatie, corruptie en schijnheiligheid van de religieuze gemeenschappen. We moeten een evenwicht zien te bereiken om orde, gezond verstand, liefde, weerstandsvermogen, goed bestuur, dankbaarheid, rekenschap, respect, manieren, verantwoordelijkheid, bevrijding, vrijheid, het helpen van de armen, werk, ondersteuning, het preken van het evangelie van erbij-horen, dopen van mensen en winnen van zielen te herstellen.

De antwoorden op de vragen van de relevantie van het christendom in Afrika, vragen die zeker geen antwoorden vinden in het naturalisme, worden gevonden in Jezus. Deze waarheden, ondersteund door de feiten en logische consistentie van het christendom, kunnen een significant deel zijn van ons betoog voor de waarheid van Jezus Christus. Hoewel waarheid uiteindelijk niet bepaald wordt door ervaring, verschaft de alledaagse ervaring van de humaniteit een aanrakingspunt voor het evangelie. Zelfs indien dergelijke zaken niet uit zichzelf overtuigend zijn, kunnen deze op zijn minst aantonen dat het christendom ertoe doet in ons leven en zelfs meer in het leven van veel LHBTI mensen. We kunnen veilig aannemen dat het christendom niet werkelijk een religie is: het is een relatie met God. Veel zending in Afrika is gepopulariseerd door branding, veelal met het doel te verleiden.

Mijn vader vertelde mij ooit dat we religieus kunnen zijn, maar niet spiritueel, of we zijn spiritueel zonder religieus te zijn. Dit is afhankelijk van de vaste basis van het individu en diens band met het geloof.

In Johannes 1:1-4 (geparafraseerd) staat: “In het begin was het Woord (dat is: Jezus) en Jezus was met God en Jezus was God. Jezus was in het begin bij God. Alle dingen zijn geworden door Jezus en zonder Jezus is niets geworden. Wat geworden is in Jezus was leven en het leven was het licht van alle mensen.”
LHBTI mensen, net als andere mensen, zijn “leven” dat geworden is door Jezus, zodat wij het licht van de wereld mogen zijn en als zodanig een actief deel van de kerk kunnen zijn en verzoend met haar geloof en overtuigingen.

Wat zegt de bijbel over homoseksualiteit? Niets.

Sodom en Gomorra
Er wordt gezegd dat Genesis homoseksualiteit veroordeelt, dat het leidde tot de vernietiging van Sodom en Gomorra. De mensen van Sodom waren gewelddadig, zij bedreigden Lot en zijn gasten en probeerden zijn deur te vernielen. Het verzamelde bewijs hiervoor kan worden gevonden in Ezechiël 16:49-50: zij gedroegen zich gevoelloos en onverschillig naar de zwakken en kwetsbaren, de armen, de wezen, weduwen en vreemdelingen. Hoewel de handelswijze van Lot, het aanbieden van zijn dochters om misbruikt te worden, onvergeeflijk is, ligt het in het verlengde van de patriarchale zeden van die tijd. Had hij geen dochters gehad, zou hij dan zijn zoons aangeboden hebben?

Leviticus
Leveticus was gericht tegen homoseksuele tempelprostitutie en moet als zodanig worden gelezen.
Leviticus 20:10, 13: “En een man, die echtbreuk pleegt met iemands vrouw, echtbreuk pleegt met de vrouw van zijn naaste, zal zeker ter dood gebracht worden; zowel de overspeler als de overspeelster. Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, – beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.”

De straf voor beide is doodstraf.  Vandaag zijn er geen meedogenloze voorstanders voor uitvoering van de eerste. We horen nu wel hoe religieuze leiders in Oeganda, Nigeria en Botswana zonder mededogen oproepen tot de doodstraf voor  homoseksuelen.

Ander vlees achternalopen
Judas v. 7: “zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.” In de tijd dat Judas werd geschreven geloofden velen dat de vrouwen van Sodom zich hadden ingelaten met seksuele gemeenschap met mannelijke engelen. Dit is waar Judas naar verwijst als hij het heeft over “ander vlees achternalopen”. Hij verwees naar heteroseksuele seks tussen mannelijke engelen en menselijke vrouwen, niet naar homoseksuele seks tussen mensen.

Natuurlijke relaties vervangen voor tegennatuurlijke (Romeinen 1)
Hier gaat het niet om homoseksualiteit, maar mensen die
-    weigeren God te erkennen en te aanbidden
-    afgodendienaars zijn
-    meer geïnteresseerd zijn in aards voordeel dan geestelijk gewin
-    hun natuurlijke hartstocht voor het tegenovergestelde geslacht verruilden voor een onbeperkte zoektocht naar plezier
-    een leven van kwaadaardigheid, afgunst, naijver, laster, minachting voor ouders, hoogmoed en haat tegen God leven.
Het voorbeeld van homoseksueel gedrag is uitdrukkelijk in verband gebracht met afgodendienst en niet met liefdevolle homoseksuele relaties, anders zouden zij juist opgeven wat natuurlijk is voor hen. “Homoseksualiteit wordt bij meer dan 1500 diersoorten gevonden, homofobie slechts bij één, wat onnatuurlijk is.” (Facebook).

1 Korintiërs 6:9-11: “Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen? Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters, zullen het Koninkrijk Gods niet beërven. En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God.” Discriminaties tegen verwijfde mannen en de meeste interpretaties laten vaak het sleutelvers weg dat de verbinding vormt tussen vers 9 en 10, vers 11.
“En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God.” Een andere hedendaagse interpretatie gebruikte het woord “homosexsuele dader” in plaats van “homoseksueel”. Indien we het woord “verwijfd” letterlijk nemen dan wordt iedereen die verwijfd is en niet valt op het andere geslacht ook strafbaar bevonden door de interpretatie van de kerk. We zouden kunnen stellen dat die interpretatie wordt gedreven door vooroordelen tegen homo’s. Geen van deze bewijzen suggereert dat een liefdevolle homoseksuele relatie een zonde is zoals het vandaag wordt gezien.

-    2 Samuël 1:23 en 26-27: David en Jonathan: hadden meer liefde voor elkaar dan voor vrouwen = homoseksueel
-    Ruth 1:16,17 Ruth en Naomi: Ruth zei tegen Naomi: “jou volk is mijn volk, waar jij gaat, zal ik gaan en waar jij sterft, zal ik sterven” = lesbisch
-    Matteüs 8:5-13 en Lukas 7:1-10: Een centurio hield veel van zijn mannelijke minnaar, was bezorgd over wat de mensen zouden zeggen, maar geloofde dat Jezus hem kon en wilde genezen.

Ik ben een titel voor een boek aan het overwegen: “Mijn vader heeft een grote penis”. Het is een boek over homotheologie waarin de foutieve vertaling van de oorspronkelijke Griekse en Hebreeuwse tekst in kaart wordt gebracht.

Prediker 4:9-11 zegt: “Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de éne, die valt zonder dat een metgezel hem opricht! Ook indien er twee nederliggen, zullen zij warm worden, maar hoe zal één alleen warm worden?”
Het geslacht van de twee waar het hier over gaat staat niet ter discussie. Het was eenvoudig: twee mensen die samen slapen.

Religieuze homofobie
In 2003 benoemde het Amerikaans episcopaalse bisdom zijn eerste openlijk homoseksuele bisschop Gene Robinson tot bisschop van New Hampshire. De voormalige primaat van de All Nigerian Anglican Communion was zeer uitgesproken in zijn mening. De Eerwaarde Peter Akinola zei dat: “Anglicaans-orthodoxe kerkleden zijn bereid de opdracht van de kerk te volbrengen, maar diegenen die zeggen dat homoseksualiteit hun zaak is: wee hen.” De Nigeriaanse anti-homowetgeving had de zegen van Nigeriaanse Anglicaanse Kerk en haar leider aartsbisschop Peter Akinola en van de voormalige Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo die verklaarde dat het uitoefenen van homoseksualiteit “zonder twijfel onbijbels, onnatuurlijk en zeker on-Afrikaans is.”

Religieuze volksgemeenschappen, in het bijzonder het christendom en de islam, zijn er veelvuldig niet in geslaagd om de humaniteit van mensen die van mensen van hetzelfde geslacht houden te erkennen en te omarmen. Zij hebben in toenemende mate bijgedragen aan de hause van scepticisme door religieuze platforms en podia te gebruiken om homoseksuelen te stigmatiseren, te vervreemden en tot slachtoffer te maken. Gastvrije en tolerante kerkelijke instituten  boden in november 2009 onderdak aan de eerste Dialoog over homoseksualiteit en christendom in Zuid-Afrika. Deze dialoog werd bezocht door bijna 100 afgevaardigden uit meer dan 30 Afrikaanse landen, inclusief kerkelijke leiders en LHBTI mensen. Afrikaanse LHBTI mensen moeten zelf hun interpretatie van de religieuze teksten kiezen gebaseerd op het principe van het begrip van God binnen de eigen cultuur en traditie, met argumenten vanuit beide achtergronden. Historisch is Afrika altijd een vriendelijk en tolerant werelddeel geweest. Homoseksualiteit en homoseksueel gedrag worden al in prekoloniale tijden aangetroffen, voor de inmenging van religie. De komst van het kolonialisme droeg bij aan de massale haat, maar ook de invloed van religieus fundamentalisme heeft bijgedragen aan de vernederende argumenten die worden aangedragen voor homofobie. Het christendom leert dat je “je naaste moet liefhebben als jezelf”. Jammer genoeg wordt dit concept losgelaten in het belang van “haatcampagnes aangewakkerd door de religieuze leiders”. Voorbeelden daarvan kunnen worden gevonden in veel landen in Afrika zoals Botswana, Oeganda, Nigeria en Malawi waar de kerken en moskeeën en andere religieuze gemeenschappen hun regeringen ondersteunen en aanmoedigen om wetten uit te vaardigen die homoseksualiteit criminaliseren en zelfs tot het aannemen van de doodstraf aanzetten. Religie is een schitterend concept en alleen wanneer mensen religie als een veilige haven beschouwen voor hen die naar de marge van de samenleving worden gedrukt, kunnen we religie waarderen. Homofobe religie is in de basis vijandig en fundamentalistisch. Dit hoort niet bij het oorspronkelijke idee van de islam, het jodendom of het christendom.  Het is droevig te moeten constateren dat homoseksuele en lesbische mensen vandaag de dag kerken en moskeeën mijden, die daardoor de mogelijkheid kwijt raken om alle kinderen van God te verwelkomen. Totdat de laatste koloniale strafwet is verwijderd uit de Afrikaanse wetten en regeringen het vermogen hebben om begrip te tonen voor de rechten van seksuele minderheden, zullen homoseksuelen in Afrika geen vrede hebben.

Politiek en activisme
Principe 21 “Iedereen bezit het recht van vrijheid van denken, geweten en religie, ongeacht seksuele geaardheid of genderindentiteit. Deze rechten mogen niet worden gehinderd door de staat door wetten op te stellen, beleid uit te voeren of handelingen te verrichten die gelijke bescherming door de wet ontkennen of discrimineren op basis van seksuele geaardheid of genderidentiteit” The Yogyakarta Principles.

Helaas, Afrikaanse staatslieden zeggen dat homoseksualiteit on-Afrikaans is, een gruwel, een afwijking, tegen familiewaarden en de natuurlijke orde en zij baseren hun argumenten op religieuze leerstellingen. Ik ben hier om deze stellingen te ontkrachten en tegen te spreken.  Ik laat zien dat nergens in de bijbel homoseksualiteit wordt veroordeeld, hoe foute interpretatie van de tekst geleid heeft tot het bijdragen aan een verkeerd begrip. Zonder de volledige inachtneming van de achtergrond, geschiedenis, volken en plaats krijgen zij de teksten en hun vertolking een veroordelende strekking. Historisch werd de bijbel gebruikt om de zwarte mens te vervreemden, om vrouwen te onderdrukken en mensen met een lichamelijke beperking buiten te sluiten. Dit patroon herhaalt zichzelf nu jegens mensen die tot een seksuele minderheid behoren.

“De wereld gaat vooruit wat betreft de waardering van de diversiteit van de mensheid, zij die ons terug sleuren moeten nog hun eigen demonen onder ogen zien. Indien homoseksualiteit on-Afrikaans is moeten we concluderen dat homoseksualiteit niet menselijk is, net zoals: indien homoseksualiteit niet naar de wil van God is, het niet een deel  van de schepping zou zijn en als zodanig deel van het menselijk bestaan.” Rowland Jide Macaulay

Er zijn drie delen van ons religieus activisme
-    De universele rechten van de mens voor iedereen (vrijheid van vergadering)
-    Een inclusieve interpretatie van het evangelie (gastvrij en bevestigend)
-    Het ontwikkelen van een Afrikaanse Homo-theologie (een nieuwe theologische denktank)

House Of Rainbow Nigeria werd opgericht in 2006, door de homogemeenschap met als doel het wantrouwen van de religieuze hoofdstroom tegen mensen met een LHBTI achtergrond aan de kaak te stellen, met een nadruk op de verzoening voor homoseksuele Afrikanen.  Met een bijzondere, vrijzinnige en weloverwogen visie op de Schrift bleek het zeer ingrijpend om te bemerken dat de “dwarse lezing” van het heilige Boek een daad is om de gebroken lichamen en zielen van de homoseksuele Afrikaanse mensen terug te winnen. Mensen van wie de brokstukken buiten de religieuze gemeenschap werden  gegooid. We kunnen veilig zeggen dat deze missie niet in alle gevallen deze geschonden mensen weer helpt op eigen benen te staan, maar helpt deze mensen om zichzelf weer bijeen te rapen, te helen, herscheppen. Vele holebi’s worden achter gelaten met de zorg voor de wonden die ze opliepen door de impact van religieuze mishandeling in Afrika.
In Romeinen 9:19-20 staat: “Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil? Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt?”

Ons werk in spiritueel activisme en radicale inclusieve theologie blijft tegen de haren in strijken van de wetgevers in ons thuisland Nigeria. Op dit moment hebben we een beweging tot stand gebracht die zich voortdurend blijft uitstrekken naar duizenden in Nigeria, en meer zelfs, wereldwijd. En het nieuws van onze missie krijgt steeds meer voet aan de grond in Afrika. We zijn bezig met het ontwikkelen van een project genaamd “Vrijwillige leiders thans aanwezig in Nigeria, Ghana en Lesotho.” We werken nu aan strategieën en richtlijnen om dit nieuwe format te verspreiden over Afrika en zelfs over de hele wereld. Het is niet onze taak om schuld te vinden of de wil van God te weerstaan waar het gaat om seksuele minderheden of om in discussie te gaan met God die ons heeft gevormd. Micha 6:8 zegt het zo: “God heeft u gezegd, o sterveling, wat goed is en wat de HEER van u verlangt: niets dan rechtvaardigheid te betrachten, zachtmoedigheid lief te hebben en nederig te wandelen met uw God.” Zelfrespect, vertrouwen in uw God en ook in uw geloof is hét instrument tot verzoening en G.A.Y. Dat wil zeggen: God Adores You, God Accepts You, God Affirms You. (God is gek op je, God aanvaardt je, God ziet je zitten) Dank u wel.


Enquete
(Wij ondervroegen meer dan 200 mensen inclusief afgevaardigden in Zuid- Afrika, Brazilië en Nigeria middels peilingen)
Hoeveel mensen werden geboren of kenden religie of geloof voordat zij bewust werden dat zij LGBTI waren? 96%
Hoeveel mensen hebben homofobie/transfobie ondervonden door hun geloofsgemeenschap of werden direct geraakt door haat en berichten van religieuze aard? 100%
Hoeveel mensen ondervinden gebrek aan vrijheid van expressie door hun geloofsgemeenschap? 84%

Conclusie
Wij zijn bekritiseerd om onze inclusieve en vrijzinnige interpretatie van de bijbel, maar wij hebben velen geholpen om daardoor de liefde van God te begrijpen.
Hoe kunnen we verzekerd zijn van de onfeilbare liefde van God? Het begon voor veel christenen met de liefde van God voor de wereld. “Want zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. Inderdaad, God zond zijn Zoon niet in de wereld om de wereld te veroordelen, maar zodat de wereld gered zou worden door hem.” Johannes 3:16-17.

De instrumenten voor het pad naar verzoening zijn:
a)    Weet dat God je heeft gemaakt
b)    Aanvaard de uitdagingen van het zijn van een minderhied in een wraakzuchtige omgeving
c)    Erken dat je niet de enige bent met de last van het overleven in een vijandige omgeving
d)    Zoek een netwerk van mensen die je ondersteunen en creëer een kring van vrienden die begrijpen wat je bezig houdt

Genesis 1:31 zegt:  “God zag alles wat Hij gemaakt had en inderdaad, het was zeer goed.” Dat is dus inclusief lesbiënnes, homo’s, bi’s, trans- en interseksuelen. Het is inclusief de gezonde en de zieke mensen, mensen van alle rassen, maten en religies in alle delen van de aarde.
Holebi’s van Afrikaanse komaf kunnen mensen van geloof zijn, trots op hun cultuur en traditie, sprankelend van hun eigen gevierde menselijke seksualiteit. Ik geloof dat verzoening van spiritualiteit en seksualiteit mogelijk is, als mensen, hun gezinnen en hun wetgevers en de samenleving als geheel bereid zijn om te luisteren en te handelen in het algemeen belang.

Kan de kerk overleven zonder holebi’s? Het antwoord is: NEE. Zij heeft ons nodig voor haar spot en onverzadigbare drang naar religieuze onderdrukking en ridiculisering. Dezelfde discriminatie die holebi’s ervaren in de kerk wordt nu ook gericht op mensen in een rolstoel.
Wij domineren de kerkbesturen van het priesterdom tot de kerkbank, wij staan bij het altaar zijn muziekleider en koorlid. We zijn het zichtbaarst, vrijgevigst en tegelijk het meest gehaat en onbegrepen.

In Romeinen 9:25-26 staat: “Zij die niet mijn volk waren noem Ik: ‘Mijn volk’, en haar die niet geliefd was noem Ik: ‘Geliefde’. En daar waar er werd gezegd: ‘Jullie zijn mijn volk niet’, daar worden zij kinderen van de levende God genoemd”. Dank u wel.

 

Iraanse moeders in dialoog over opvoeding en homoseksualiteit:

“Ondanks je geaardheid zou je de steun en respect van je ouders moeten verdienen”

Dialoog_mezrab_16_april_01

Hoeveel vrijheid kreeg jij vroeger als kind van je ouders in het land van herkomst? En wat voor invloed heeft dat op de mate waarin je jouw eigen kinderen vrijlaat in Nederland? Op zaterdagmiddag 16 april gingen ruim 17 vrouwen van Iraanse afkomst met elkaar in dialoog over opvoeding, liefde, relaties en homoseksualiteit. De dialoogbijeenkomst werd gehouden in Cultureel Centrum Mezrab in Amsterdam-Oost. De meeste deelnemers waren moeders van tussen de 30 en 65 jaar oud. Er waren ook een aantal dochters aanwezig bij de bijeenkomst. De dialoog werd georganiseerd door De Dialoog/ Humanistisch Verbond en Sahand Sahebdivani (Mezrab).

Voor veel Iraans-Nederlandse vrouwen is de opvoeding van kinderen een belangrijk thema. Voor de meesten is het nieuw om te praten over wat zij moeilijk vinden binnen de opvoeding van hun kinderen, en ze hebben het al bijna nooit over de manier waarop zij zelf in Iran zijn grootgebracht. Het eerste onderwerp tijdens de dialoogbijeenkomst was dan ook hoe liefde en relaties een bron van conflict kunnen zijn tussen ouders en kinderen. De vrouwen werden uitgenodigd om over hun eigen problemen met de eigen ouders te vertellen. Zo waren er vrouwen die een partner kregen waar de ouders moeite mee hadden, maar die uiteindelijk toch hun keuze hebben doorgezet. Deelneemster Azadeh daarentegen vertelde dat ze eigenlijk liever meer tegengas van haar ouders had ontvangen rondom haar partnerkeuze, omdat het uiteindelijk niet de juiste man bleek voor haar. Wat de meeste vrouwen vertelden is dat hun ervaringen hen hebben getekend en geïnspireerd om op een andere manier met hun eigen dochters om te gaan. Ze beseffen dat de dochters vrijer zijn dan dat zij waren in Iran, en proberen een juiste balans te vinden tussen het beschermen en vrij laten van hun dochters.

De biseksuele Soraya (24) heeft aan den lijve ondervonden wat voor conflicten partnerkeuze kan opleveren binnen de familie. Soraya is geboren in Nederland en dacht altijd dat haar familie heel open minded was, totdat ze voor het eerst met een donkere vriend thuis kwam. Dat werd absoluut niet geaccepteerd. Dit probleem werd verergerd toen ze een paar jaar later een serieuze relatie kreeg met een meisje. Soraya vertelt dat het voor haar heel pijnlijk was dat haar moeder het vooral problematisch vond om een biseksuele dochter te hebben vanwege haar eigen “eer” en de eer van de familie. “Mijn moeder zei dat ze het alleen kon accepteren als ik het er niet met haar vrienden over zou hebben. Het was heel moeilijk voor mij om dit van mijn moeder te horen. Het is belangrijk dat je ondanks je geaardheid de steun en respect van je ouders verdient.”

De ervaringen van Soraya leidden tot discussie bij de andere aanwezige moeders. De meesten gaven aan geen problemen te hebben met homoseksualiteit in het algemeen, maar als het je eigen kind is, dan is dat toch heel moeilijk. De deelneemster Setareh vergeleek het met een handicap, alsof haar kind een arm of een been zou missen. Zij zou dus niet boos op haar kind zijn, maar het wel heel naar en moeilijk vinden. Deelneemster Azadeh vertelde over een vriendin van haar die er achter kwam dat haar zoon homoseksueel was en niet meer met hem onder een dak kon leven. Zij heeft haar vriendinnen verteld dat haar zoon in coma in het ziekenhuis ligt, om maar niet te hoeven vertellen dat hij homo is en het huis uit is.

In totaal is er ruim twee uur lang gesproken over seksualiteit en opvoeding van hun kinderen. Ook tijdens de afsluitende Iraanse maaltijd werd er door de vrouwen doorgepraat over het onderwerp en veel vrouwen gaven aan vaker bij elkaar te willen komen. 

 

Iraanse Nederlanders in Dialoog: Liefde is mooi, seks is taboe

Dialoog_Nijmegen

10 april 2011. In Wijkcentrum Meijhorst in Nijmegen verzamelen zich 9 Iraanse Nederlanders van verschillende leeftijden en achtergronden. Het onderwerp van de avond: relaties en homoseksualiteit.

Affectie toon je niet in het openbaar

Heel spontaan gaat het gesprek van start met een stelling door een van de deelnemers: binnen de Iraanse gemeenschap zou het tonen van affectie ten opzichte van de partner en zelfs eigen kinderen in het openbaar vermeden worden of anders met gevoelens van schaamte en ongemak gepaard gaan. Hand in hand lopen of een omhelzing zou in het bijzijn van andere Iraniërs vaak als onbeleefd en ongepast worden opgevat. Marjan : ‘ik realiseerde mij een tijd geleden al dat ik mijn gevoelens voor mijn man en mijn kinderen niet durf te uiten in het openbaar. Maar ik wou daar niet in mee blijven gaan en heb besloten om er iets aan te doen. Het is namelijk wel goed mogelijk om op individueel niveau taboes te doorbreken!’

Liefde is mooi, seks is taboe

Voor in ieder geval drie deelnemers is de bereidheid tot zelfopoffering het belangrijkste kenmerk voor een goede, diepgaande relatie. Partners zouden voorbij eigen belangen moeten kunnen denken en handelen en in staat zijn de behoeftes van de ander prioriteit te geven. Daarnaast komt de negatieve associatie met seks naar voren; Milad: ‘Ik maak het regelmatig mee dat ik mij tot iemand aangetrokken voel, maar dat staat volstrekt los van seksuele behoeftes. Vroeger, als ik op iemand verliefd werd, ging het allemaal goed totdat seks een rol begon te spelen. Daar schrok ik altijd van terug.’ Deze ervaring roept herkenning op; Fariba: ‘hoewel ik niet religieus ben opgevoed, is seks, anders dan liefde, altijd taboe geweest voor me. Echte liefde is heel mooi en waardevol en dat heeft niet zo veel met seks te maken.’

Homoseksualiteit: een recht of …?

De grootste onenigheid is voelbaar tijdens het bespreken van het onderwerp homoseksualiteit. Voor een aantal aanwezigen is het accepteren en respecteren van homoseksuelen een kwestie van mensenrechten en daarmee een morele plicht. Anderen vinden het zelfs niet aan hen om over het leven van iemand anders te oordelen: iedereen zou vrij moeten zijn om haar/zijn leven naar eigen zin in te richten. Hamid: ‘ik vind dat we niets te zeggen hebben over wat anderen in hun slaapkamer doen. Dat is hun eigen zaak. Ik let op wat er in het hoofd van mensen omgaat en de rest interesseert mij niet.’ Toch geven drie deelnemers aan het erg moeilijk te vinden om met homoseksualiteit om te gaan, zeker als het om hun eigen kinderen zou gaan. Sara: ‘ik moet er niet aan denken dat mijn zoon een kerel mee naar huis zou nemen. Ik heb liever dat mijn kinderen heel veel heteroseksuele relaties hebben dan dat ze een langdurige homoseksuele relatie aangaan.’ Fariba: ‘Ook voor mij is het volstrekt onacceptabel als mijn kinderen homoseksueel zouden zijn. Ik vind het echt walgelijk...’

De dialoog had nog uren door kunnen gaan; de deelnemers waren nog lang niet uitgepraat. Er wordt dan ook hard gewerkt aan een voortzetting van de dialoog binnen deze gemeenschap. Deze dialoog werd georganiseerd door Rahil Roodsaz, onderzoeker aan de Radboud Universiteit.

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 7 van 13

Verslagen 2010-2011