Bespreekbaarheid brug te ver?

18 maart 2011, samen met Stichting Mosaic gaat de Haagse Afro-Surinaamse gemeenschap in dialoog over homoseksualiteit. Belangrijk om te doen, aldus de organisatoren, omdat veel ouders de (mening van de) omgeving belangrijker vinden dan hun homoseksuele kinderen. Genoeg gespreksstof dus op deze vrijdagmiddag in de accomodatie van Samen Sterk in Den Haag. In twee groepen gaan zo'n 40 deelnemers met elkaar in gesprek.
Taboe en schaamte De stelling dat Afro- Surinaamse ouders de mening van hun omgeving belangrijker vinden dan hun homoseksuele kinderen levert veel reacties op. Bevestigd wordt het beeld dat er een taboe is in de gemeenschap, wel nuanceert een aantal deelnemers de stelling door aan te geven dat dit niet alleen bij de Afro-Surinaamse gemeenschap het geval is maar ook bij de witte Nederlanders. De invloed van de kerk is cruciaal, volgens de deelnemers. Zo is de eerste generatie ouders opgegroeid in het Christelijk geloof en daar wordt homoseksualiteit -ook nu nog- streng afgekeurd. Het zijn deze ouderen, de oma's en opa's van jongeren die nu niet met hun seksuele identiteit voor de dag willen komen, die ook nog af en toe naar de kerk gaan. Ouders van de tweede generatie gaan minder vaak naar de kerk, vandaar wellicht dat zij wat vaker hun kinderen -blijven- accepteren.
Winti Een deel van de Afro-Surinaamse gemeenschap praktiseert het Winti geloof. Een eeuwenoud geloof, meegenomen door de slaven uit Afrika naar Suriname. In principe is het Winti geloof homovriendelijk omdat de mannelijke en vrouwelijke geesten beiden zowel mannelijke als vrouwelijke uitdrukkingen of zelfs beiden kunnen hebben. Naar gelang de situatie kan de Winti (Winti betekent wind vanuit het Sranang Tongo) zich op diverse manieren manifesteren. Een man kan een vrouwen winti krijgen en een vrouw een mannen winti, of beiden. Dit kan zowel van tijdelijke als blijvende aard zijn. Maar in feite is het Winti geloof seksualiteit overstijgend. In Winti denkt men bijvoorbeeld dat vooral homoseksuele mannen en vrouwen een sterk ontwikkeld spiritueel vermogen hebben meegekregen van de Schepper; het zijn vaak de medicijnmannen/ vrouwen (spiritueel genezers en helers) en de zieners.
'Het zal je kind maar wezen...' Over het algemeen blijft homoseksualiteit in de Afro- Surinaamse gemeenschap een taboe. In Nederland iets minder dan in Suriname, maar evengoed. In Suriname wordt het woord “boelers” nog veel gebruikt. Dit is een beladen woord voor 'homo'. In Nederland is dit door de legalisering van het 'homohuwelijk' en het beleid van de regering om homoseksualiteit bespreekbaar te maken, iets minder. Toch is de heersende mentaliteit: 'het zal je kind maar wezen'. Dit zorgt er dan ook voor dat Afro-Surinaamse homo's en lesbiennes er liever voor kiezen om niet zichtbaar te zijn: voor familie, kerk en op de werkvloer..
Overigens worden er veel voorbeelden genoemd van getrouwde mannen die 'ineens' met een man gaan leven. Mannen die jaren een dubbel leven hebben geleid en kinderen en kleinkinderen hebben, komen nu 'uit de kast'. Onder druk van kerk en familie werd in het verleden getrouwd maar nu blijkt dat mensen dit niet meer volhouden. Evengoed gebeuren ook deze omwentelingen stil en zelfs in het verborgene. Het zal niet tot een familie feestje leiden dat 'Papa' met een man gaat samenwonen.
Uit de kast? Nee, uit de doos! Een van de aanwezigen vertelt over zijn eigen coming out naar zijn ouders. Hij gaf aan niet uit de kast te komen, maar uit een “doos”. Dit om aan te geven dat hij zo geboren is en er niet voor gekozen heeft. Zijn ouders hebben eerst verbaasd gereageerd en gehuild. Ook hebben ze hem gevraagd wie ze dan kleinkinderen zal moeten geven. Na maanden van afstand en spanningen in het gezin, werd hij wel getolereerd - niet geaccepteerd. De ouders zeiden: “Wij accepteren je wel, maar we hoeven niet te zien hoe je leeft”. Omdat acceptatie een proces is, vertelde de deelnemer dit begrijpelijk te vinden voor nu.
Bespreekbaar? Bespreekbaarheid lijkt een brug te ver voor nu. Homoseksualiteit wordt over het algemeen namelijk niet besproken in de Afro-Surinaamse gemeenschap maar wordt steeds meer getolereerd en geaccepteerd. Er is een groot verschil tussen acceptatie dat in de meeste gevallen non-verbaal geschiedt, en bespreekbaar maken. Je praat niet over seksualiteit en nog minder over homoseksualiteit met je ouders of familie. Ze mogen weten, zien en horen dat je homoseksueel bent, ze zullen je geen vragen stellen, maar wel tolereren en of accepteren.
Nodig? Bespreekbaar maken is meestal niet aan de orde, tolerantie en acceptatie steeds meer. In ieder persoon en gezin is het proces verschillend. De jongere generaties geven met vrijmoedigheid het tempo aan. Initiatieven tot het bespreekbaar maken met als doel acceptatie komen van hen, en meestal niet van de ouders of andere familieleden. De vraag was dan ook: moet dat bespreekbaar maken wel zo nodig over zaken die al (non-verbaal) geaccepteerd zijn?
|