|
Dialoog in de Shri Sitaram Dhaam mandir in Amsterdam “Super de Boer Hindoeïsme”?Op zondag 21 november 2010 vond een zeer bijzondere dialoog plaats. Samen met haar strategische alliantiepartner - ‘Vikaash’ - organiseerde Malaica deze dialoog op een wel heel bijzondere locatie: de Shri Sitaram Dhaam mandir in Amsterdam. Volgens het bestuur van de mandir (Hindoe tempel) is het onderwerp homoseksualiteit niet eerder op deze wijze besproken in een Nederlandse Hindoe tempel. Ook het feit dat deze mandir deel uitmaakt van de als conservatief bekendstaande Sanatan Dharm gemeente maakte deze dialoog zeer bijzonder. De dialoog telde ca. 25 deelnemers en werd begeleid door John Goring van Malaica. Vanwege het bijzondere karakter van de dialoog werd John hierbij ondersteund door de voorzitter van de mandir, een swami en een pandit (Hindoe geestelijke). Deze ondersteuning was ook noodzakelijk omdat met name de interpretatie van de heilige geschriften door de geestelijken en hun volgelingen, in relatie tot homoseksualiteit, veelvuldig aan bod zou komen. Homoseksualiteit als gespreksthema binnen de mandir.De deelnemers – inclusief de geestelijken – zijn van mening dat homoseksualiteit besproken moet worden binnen de mandir. Het is immers een maatschappelijk thema waar ook Hindoe gelovigen mee geconfronteerd worden. Interessant hierbij is dat sommige geestelijken geen spanningsveld zien tussen hun religie en homoseksualiteit terwijl de deelnemers menen dat homoseksualiteit en religie op gespannen voet staan met elkaar. De deelnemers hebben daarom als wens dat de religie ruimte maakt voor homoseksualiteit terwijl de geestelijken hier niks aan zouden willen veranderen. Dit verschil van inzicht liep door de rest van de dialoog heen. Gaan homoseksualiteit en Hindoeïsme wel samen?Bepalend hierbij is de interpretatie van de ‘smriti’s’. Dit zijn klassieke religieuze geschriften uit India. Volgens de swami doen de smriti’s geen uitspraken over homoseksualiteit. In zijn opvatting hebben smriti’s eeuwigheidswaarde omdat ze niet gebonden zijn aan tijd, plaats en omstandigheden. Er is dus helemaal geen reden en ook geen ruimte om een plek te creëren voor homoseksualiteit binnen het Hindoeïsme. Hier tegenover staat de opvatting dat in de smriti’s staat dat mannen niet bij mannen mogen liggen. Dat wordt opgevat als een verbod op homoseksualiteit en daar staat zelfs een sanctie op. Verscheidene deelnemers pleiten daarom voor het aanpassen van de Smriti’s aan de praktijk en opvattingen van vandaag zodat homoseksualiteit wel degelijk een plek krijgt binnen het Hindoeïsme. Een voorstander hiervan wijst echter op het gevaar van het ontstaan van een soort ‘Super de Boer Hindoeïsme’: een Hindoeïsme dat men naar believen kan invullen en beleven. Het is maar zeer de vraag wat er dan nog overblijft van het Hindoeïsme als de volgelingen daarvan maar heel weinig gemeen hebben. Hindoeïsme en homohuwelijkGeen van de deelnemers is uitgesproken tegen het homohuwelijk. Echter: ook in eerdere dialogen is geconstateerd dat er praktische bezwaren zijn tegen het voltrekken van een homohuwelijk in het Hindoeïsme. De geestelijken geven aan dat er absoluut geen ruimte is voor een huwelijksceremonie bij mensen van hetzelfde geslacht. De huidige huwelijksmantra’s gaan slechts uit van mensen van verschillend geslacht en zouden absoluut belachelijk overkomen indien ze worden gebruikt bij mensen van hetzelfde geslacht. Enkele deelnemers stellen dat het de opdracht aan de geestelijken is om wel ruimte te creëren voor het homohuwelijk binnen het Hindoeïsme. De progressieve Araya Sematch beweging (tegenhanger van de Shanatan Dharm) wordt als voorbeeld genoemd van een Hindoestaanse religieuze gemeente die dit wel mogelijk maakt. Het verschil van inzicht tussen de deelnemers en geestelijken leidde tot de uitspraak van sommige deelnemers dat zij de mandir de rug zouden toekeren als er geen ruimte voor homoseksuelen en het homohuwelijk wordt gecreëerd. Conclusies:- Gelovigen ervaren wel degelijk dat er vanuit het Hindoeïsme een taboe rust op homoseksualiteit. De geestelijken zien dit probleem niet. Het is de echter de vraag of het standpunt van de geestelijken niet ingegeven is door hun wens om niet te hoeven nadenken over de gevraagde veranderingen binnen het geloof. Een niet bestaand probleem behoeft immers geen oplossing;
|